Vak: Praktijkleren 1 credits: 10

Vakcode
MRDH7PRL1
Naam
Praktijkleren 1
Studiejaar
2025-2026
ECTS credits
10
Taal
Nederlands
Coördinator
S.H.M. Kerkvliet
Werkvormen
  • Individueel
Toetsen
  • Praklijkeren 1 - Opdracht

Leeruitkomsten

1.            Door toepassing van netwerkprincipes is de student in staat zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid een bedrijfskundige opdracht te verwerven naar aanleiding van een actueel, complex bedrijfskundig probleem in een organisatie.
 
2.            De student past de theorie van onderzoeksmethodiek toe in zijn bedrijfskundige opdrachten.
 
3.            De student laat een professionele beroepshouding zien, passend bij het praktijkleren: dienstverlenend en klantgericht, handelend volgens professionele waarden en normen, proactief en zelfsturend, onderzoekend en kritisch. De student beschikt over organisatiesensitiviteit en omgevingsbewustzijn. De student verkrijgt inzicht in de structuur, cultuur en functioneren van een organisatie en van de branche waarin de organisatie opereert. De student maakt kennis met en werkt mee aan de uitvoering van de operationele werkwijzen (processen en procedures) van de organisatie dan wel de afdeling waar de student werkt.
 
4.            De student maakt kennis met en werkt mee aan de uitvoering van de operationele werkwijzen (processen en procedures) van de organisatie dan wel de afdeling waar de student werkt.
 
5.            De student past tijdens het praktijkleren op de juiste, professionele wijze effectief beroepsvaardigheden toe: planmatig werken, samenwerken, onderzoek doen, problemen oplossen, schriftelijk rapporteren, adviseren en overtuigend mondeling presenteren.
 
6.            De student analyseert een multidisciplinair bedrijfskundig probleem en betrekt hierbij een analyse van de organisatorische, financieel-economische en juridische aspecten van de organisatie en de omgeving van de organisatie.
 
7.            De student past in de bedrijfskundige opdrachten relevante, actuele bedrijfskundige theorie en/of modellen toe op een effectieve en zinvolle wijze.
 
8.            De student analyseert en beoordeelt de onderzoeksresultaten zodat hij/zij betrouwbare en valide antwoorden kan formuleren op de concrete vraagstellingen uit het onderzoeksplan.
 
9.            De student stelt inhoudelijke conclusies en eventuele andere conclusies op die afgeleid zijn van de onderzoeksresultaten en maakt een realistische inschatting van de belangrijkste knelpunten voor de invoering en creëert draagvlak voor deze oplossing bij de opdrachtgever en andere directbetrokkenen.
 
10.          De student ontwikkelt na analyse en onderzoek, een passend advies voor de opdrachtgever van het onderzoek.
 
11.          De student is reflectief en lerend, gericht op de eigen ontwikkeling: het betreft hier het professioneel eigen gedrag/ professioneel handelen op alle werkterreinen, ook nieuwe en het beïnvloeden van gedrag/ professioneel handelen van collega’s t.b.v. teameffectiviteit; de student is zich bewust van de eigen ontwikkelingsbehoeften, past leervermogen toe op nieuwe situaties, toetst voortdurend en op allerlei manieren het eigen handelen, zoekt naar nieuwe situaties om het eigen handelingsrepertoire te vergroten, voelt zich ook verantwoordelijk voor de professionele ontwikkeling van collega’s en handelt daar naar.

 
PLU’s:
PLU1: Regulatieve cyclus / Beleidscyclus
De bedrijfskundestudent identificeert organisatievraagstukken, analyseert, ontwerpt, implementeert en evalueert bedrijfsprocessen, verbetert en vernieuwt deze processen door oplossingen voor problemen aan te dragen en hanteert bij al deze activiteiten een integrale, ethische en maatschappelijk verantwoorde aanpak.
PLU2: Onderzoekend vermogen
De bedrijfskundestudent maakt gebruik van gangbare methoden en technieken van praktijkgericht onderzoek, verantwoordt de eigen handelswijze en resultaten op een bedrijfskundig relevante en adequate manier aan de interne en externe stakeholders van de organisatie en relateert deze aan de doelstellingen van de organisatie.
PLU3: Risicomanagement
De bedrijfskundestudent identificeert en analyseert (mogelijke) strategische, operationele, juridische en financiële risico’s van een organisatie, ontwerpt en implementeert maatregelen om deze risico’s te beheersen en evalueert deze maatregelen op hun effectiviteit voor de organisatie.
PLU4: Strategievorming
De bedrijfskundestudent identificeert en analyseert  (internationale) ontwikkelingen in de omgeving van een organisatie die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van de organisatie en vertaalt deze naar de organisatie met besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
PLU5: Verbetering en vernieuwing van bedrijfsprocessen
De bedrijfskundestudent adviseert vanuit een ondernemende en creatieve houding strategische alternatieven en innovatieve oplossingen voor problemen van organisaties ter verbetering en vernieuwing van hun bedrijfsprocessen.
PLU6: Organisatieverandering
De bedrijfskundestudent initieert en begeleidt vanuit een integrale en op draagvlak gerichte aanpak veranderingsprocessen binnen organisaties en evalueert ingezette interventies op hun effectiviteit voor de organisatie.
PLU7: Management van samenwerking in organisaties
De bedrijfskundestudent organiseert en regisseert de samenwerking tussen mensen in organisaties met oog voor de toegevoegde waarde van mensen in organisaties, houdt daarbij rekening met maatschappelijke, culturele en morele verschillen en overbrugt belangentegenstellingen.
PLU8: Professioneel handelen
De bedrijfskundestudent neemt initiatief, toont persoonlijk leiderschap en ethisch besef in het professioneel handelen en ontwikkelt en onderhoudt een professioneel netwerk.
PLU9: Professionele Ontwikkeling
De bedrijfskundestudent stuurt de eigen persoonlijke ontwikkeling vanuit een lerende opstelling en een onderzoekende, ondernemende en nieuwsgierige houding en structureert en voert zijn werk uit via de PDCA-cyclus.
PLU10: Communicatie
De bedrijfskundestudent communiceert effectief in het Nederlands en Engels, zowel schriftelijk als mondeling, met professionals vanuit verschillende disciplines en achtergronden.

 

Inhoud

De modules 13 en 14 vormen gezamenlijk de praktijklijn van de modulaire deeltijdopleiding BKM. Deze praktijklijn omvat 60 EC’s.
Het is mogelijk om de opleiding versneld in drie jaar in één periode af te ronden, door het praktijkleren (PL)  uit de modules 13 en 14 in de eerste drie jaren deels te doen naast de overige modules van de jaren één tot en met drie. De verbinding van theorie en praktijk is een belangrijk uitgangspunt voor het opleiden van deeltijdstudenten. Het leren van de student in de opleiding en in de beroepsomgeving kent altijd een wederzijdse afhankelijkheid. Alleen in deze combinatie van opleiden wordt het mogelijk om de deeltijdstudenten op te leiden tot bekwame professionals.
De verbinding tussen praktijk en theorie wordt in de eigen beroepsomgeving gerealiseerd.  De praktijkdocent richt zich op de verdieping van en de verbinding tussen de theoretische concepten vanuit de opleiding en de praktische toepassing daarvan in de beroepsomgeving. Dat betekent concreet dat de student niet alleen gekoppeld is aan zijn praktijkdocent en zijn praktijkbegeleider, maar ook samenwerkt met, en leert van andere ervaren professionals in zijn beroepsomgeving.
Het professioneel handelen van de deeltijdstudent in de beroepsomgeving wordt door de praktijkbegeleider gevolgd, waarbij rekening wordt gehouden met de opleidingsfase waarin de student zich bevindt. 
Praktijkleren 1:
Uitwerking leeruitkomsten in relatie tot eigen werkomgeving a.d.h.v. STARR-methode
Doelstelling van de STARR-methode
STARR staat voor Situatie – Taak – Actie – Resultaat - Reflectie. Deze methode helpt bij het inzichtelijk krijgen van leeruitkomsten van studenten. Het is een methode die, door een gegeven situatie te analyseren, inzicht geeft in de leeruitkomsten waarover iemand beschikt en de wijze waarop deze gehanteerd worden. De STARR-methode is bedoeld om gedrag in beeld te brengen in relatie met de situatie waarin het gedrag zich voordoet. Daarnaast is het een goede methode om te evalueren en op basis hiervan verbeteringen te initiëren.
Het Model van Korthagen is gebaseerd op de leerstijlen van David Kolb. Dit model is met name gericht op het leerrendement ten opzichte van de STARR-methode
 
 

Opgenomen in opleiding(en)

School(s)

  • Instituut voor Bedrijfskunde