Vak: Specialistische opdracht credits: 5
- Vakcode
- MRDP6SOM2
- Naam
- Specialistische opdracht
- Studiejaar
- 2025-2026
- ECTS credits
- 5
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- A. Kellij
- Werkvormen
-
- Opdracht
- Toetsen
-
- opdracht - Opdracht
Leeruitkomsten
Leeruitkomsten vakinhoud Bedrijfsethiek:
LU 1 (PLU 8): De student is zich bewust van zowel de persoonlijke als de professionele waarden, normen en deugden.
LU 2 (PLU 1,8): De student kan morele vragen benoemen en zelfstandig toepassen op actuele situaties.
LU 3 (PLU 8): De student heeft basiskennis van en inzicht in de belangrijkste ethische theorieen zoals de beginselenethiek, de gevolgenethiek en de deugden ethiek en kan dit toepassen op een maatschappelijk en/ of ethisch vraagstuk.
LU 4 (PLU 4,8): De student kan de geldende waarden, normen en deugden van de organisatie benoemen en deze zelfstandig toepassen in een praktijkcasus.
LU 5 (PLU 1,8): De student is zich bewust van het morele dilemma dat speelt bij het in de markt zetten van een nieuw product/ dienst en kan dit met behulp van een stappenplan onderbouwen.
LU 6 (PLU 4,8): De student kent de relevante codes die gelden binnen een professionele context, is in staat de codes inhoudelijk te beoordelen en kan de organisatie hierover adviseren.
Leeruitkomsten vakinhoud Bedrijfsrecht:
LU 1 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot de koopovereenkomst toepassen in een praktijkcasus.
LU 2 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot de goederenrechtelijke gevolgen van een overeenkomst toepassen in een praktijkcasus
LU 3 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot onrechtmatige daad toepassen in een praktijkcasus.
LU 4 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot productaansprakelijkheid toepassen in een praktijkcasus.
LU 5 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten toepassen in een praktijkcasus.
LU 6 (PLU 1,3,4): De student kan de wettelijke regels ten aanzien van reclame maken en concurreren op een markt toepassen in een praktijkcasus.
Leeruitkomsten vakinhoud Bedrijfseconomie:
LU 1 (PLU 2,3): De studenten kunnen kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten bepalen.
LU 2 (PLU 2,3): De studenten kunnen een financieel plan opstellen met de onderdelen: een (eind)balans, een financieringsplan, een investeringsplan, een resultatenrekening en een liquiditeitsbegroting.
LU 3 (PLU 2,3): De studenten kunnen een aantal relevante ratio’s (solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit) uitrekenen en interpreteren.
PLU’s:
PLU1: De BKM’er identificeert organisatievraagstukken, analyseert, ontwerpt, implementeert en evalueert bedrijfsprocessen, verbetert en vernieuwt deze processen door oplossingen voor problemen aan te dragen en hanteert bij al deze activiteiten een integrale, ethische en maatschappelijk verantwoorde aanpak.
PLU2: De BKM’er maakt gebruik van gangbare methoden en technieken van praktijkgericht onderzoek, verantwoordt de eigen handelswijze en resultaten op een bedrijfskundig relevante en adequate manier aan de interne en externe stakeholders van de organisatie en relateert deze aan de doelstellingen van de organisatie.
PLU3: De BKM’er identificeert en analyseert (mogelijke) strategische, operationele, juridische en financiële risico’s van een organisatie, ontwerpt en implementeert maatregelen om deze risico’s te beheersen en evalueert deze maatregelen op hun effectiviteit voor de organisatie.
PLU4: De BKM’er identificeert en analyseert (internationale) ontwikkelingen in de omgeving van een organisatie die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van de organisatie en vertaalt deze naar de organisatie met besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
PLU5: De BKM’er adviseert vanuit een ondernemende en creatieve houding strategische alternatieven en innovatieve oplossingen voor problemen van organisaties ter verbetering en vernieuwing van hun bedrijfsprocessen.
PLU8: De BKM’er neemt initiatief, toont persoonlijk leiderschap en ethisch besef in het professioneel handelen en ontwikkelt en onderhoudt een professioneel netwerk.
PLU10: De BKM’er communiceert effectief in het Nederlands en Engels, zowel schriftelijk als mondeling, met professionals vanuit verschillende disciplines en achtergronden.
LU 1 (PLU 8): De student is zich bewust van zowel de persoonlijke als de professionele waarden, normen en deugden.
LU 2 (PLU 1,8): De student kan morele vragen benoemen en zelfstandig toepassen op actuele situaties.
LU 3 (PLU 8): De student heeft basiskennis van en inzicht in de belangrijkste ethische theorieen zoals de beginselenethiek, de gevolgenethiek en de deugden ethiek en kan dit toepassen op een maatschappelijk en/ of ethisch vraagstuk.
LU 4 (PLU 4,8): De student kan de geldende waarden, normen en deugden van de organisatie benoemen en deze zelfstandig toepassen in een praktijkcasus.
LU 5 (PLU 1,8): De student is zich bewust van het morele dilemma dat speelt bij het in de markt zetten van een nieuw product/ dienst en kan dit met behulp van een stappenplan onderbouwen.
LU 6 (PLU 4,8): De student kent de relevante codes die gelden binnen een professionele context, is in staat de codes inhoudelijk te beoordelen en kan de organisatie hierover adviseren.
Leeruitkomsten vakinhoud Bedrijfsrecht:
LU 1 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot de koopovereenkomst toepassen in een praktijkcasus.
LU 2 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot de goederenrechtelijke gevolgen van een overeenkomst toepassen in een praktijkcasus
LU 3 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot onrechtmatige daad toepassen in een praktijkcasus.
LU 4 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot productaansprakelijkheid toepassen in een praktijkcasus.
LU 5 (PLU 1,3,5): De student kan de wettelijke regels met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten toepassen in een praktijkcasus.
LU 6 (PLU 1,3,4): De student kan de wettelijke regels ten aanzien van reclame maken en concurreren op een markt toepassen in een praktijkcasus.
Leeruitkomsten vakinhoud Bedrijfseconomie:
LU 1 (PLU 2,3): De studenten kunnen kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten bepalen.
LU 2 (PLU 2,3): De studenten kunnen een financieel plan opstellen met de onderdelen: een (eind)balans, een financieringsplan, een investeringsplan, een resultatenrekening en een liquiditeitsbegroting.
LU 3 (PLU 2,3): De studenten kunnen een aantal relevante ratio’s (solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit) uitrekenen en interpreteren.
PLU’s:
PLU1: De BKM’er identificeert organisatievraagstukken, analyseert, ontwerpt, implementeert en evalueert bedrijfsprocessen, verbetert en vernieuwt deze processen door oplossingen voor problemen aan te dragen en hanteert bij al deze activiteiten een integrale, ethische en maatschappelijk verantwoorde aanpak.
PLU2: De BKM’er maakt gebruik van gangbare methoden en technieken van praktijkgericht onderzoek, verantwoordt de eigen handelswijze en resultaten op een bedrijfskundig relevante en adequate manier aan de interne en externe stakeholders van de organisatie en relateert deze aan de doelstellingen van de organisatie.
PLU3: De BKM’er identificeert en analyseert (mogelijke) strategische, operationele, juridische en financiële risico’s van een organisatie, ontwerpt en implementeert maatregelen om deze risico’s te beheersen en evalueert deze maatregelen op hun effectiviteit voor de organisatie.
PLU4: De BKM’er identificeert en analyseert (internationale) ontwikkelingen in de omgeving van een organisatie die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van de organisatie en vertaalt deze naar de organisatie met besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
PLU5: De BKM’er adviseert vanuit een ondernemende en creatieve houding strategische alternatieven en innovatieve oplossingen voor problemen van organisaties ter verbetering en vernieuwing van hun bedrijfsprocessen.
PLU8: De BKM’er neemt initiatief, toont persoonlijk leiderschap en ethisch besef in het professioneel handelen en ontwikkelt en onderhoudt een professioneel netwerk.
PLU10: De BKM’er communiceert effectief in het Nederlands en Engels, zowel schriftelijk als mondeling, met professionals vanuit verschillende disciplines en achtergronden.
Inhoud
Module 2 behelst kwaliteit en procesmanagement.
De onderdelen Supply Chain Management, inkoop, logistiek, processen en kwaliteitszorg komen volop aan bod. Daarmee gaat het de diepte in m.b.t. bovenstaande onderwerpen. Uiteraard gerelateerd aan de eigen organisatie.
Een ander deel van de module staat in het teken van het op de markt zetten van een nieuw product. De student gaat bekijken welke gevolgen dit heeft op het gebied van bedrijfseconomie, bedrijfsrecht en bedrijfsethiek.
De student geeft een organisatiebeschrijving van zijn organisatie waar hij werkzaam is, inclusief de stand van zaken omtrent het huidige kwaliteitsmanagement.
Na deze inleiding wordt van de student een korte beschrijving van drie belangrijke kwaliteitsmodellen/-systemen – inclusief voor- en nadelen – gevraagd. Daarbij moet een (nieuwe) beargumenteerde keuze van één van deze systemen worden gevraagd om te implementeren voor deze organisatie (inclusief de opzet van deze implementatie).
Vervolgens geeft de student blijk van inzicht in procesmanagement door middel van de analyse op een primair proces en een gerelateerd verbetervoorstel van dat proces te geven.
Aan het eind van de opdracht geeft de student de relatie weer met Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in het algemeen en duurzaamheid in het bijzonder.
Voor een deel van de Overall Opdracht zal een onderzoek uitgevoerd gaan worden. De student maakt hiervan een onderzoeksverslag. Hiervoor moeten wederom keuzes gemaakt worden voor de aanpak. Een doelstelling en vraagstelling dient geformuleerd te worden. De focus ligt in deze module op interviews.
Voor een mogelijk nieuw op de markt te zetten product gaat de student bekijken welke gevolgen dit heeft op het gebied van bedrijfseconomie, bedrijfsrecht en bedrijfsethiek.
Voor bedrijfseconomie betekent dit het opzetten van de investering, financiering van het product om via prognoses voor een jaar dit uit te bouwen tot een begrote resultatenrekening en een begrote liquiditeitsbegroting om zodoende aan het einde van dat jaar een begrote eindbalans op te stellen (uitgaande van de bestaande balans van het eigen bedrijf). Daarna geeft de student een oordeel over de solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit middels ratio’s m.b.t. de begrote eindbalans.
Voor bedrijfsrecht betekent dit het in kaart brengen van de juridische risico’s en kansen op het gebied van contractenrecht (koopovereenkomst: verbintenisrechtelijk en goederenrechtelijk), aansprakelijkheid, intellectuele eigendom en reclame, concurrentie en samenwerking binnen de markt binnen de organisatie. Om daarna de organisatie een advies te geven hoe deze risico’s en kansen het beste beheerst kunnen worden.
Voor bedrijfsethiek betekent dit het in kaart brengen van de waarden, normen en deugden binnen de organisatie en het morele dilemma dat dit nieuwe product met zich meebrengt. Daarnaast worden de bedrijfs-, beroeps- en/ of gedragscode die relevant zijn voor de organisatie geanalyseerd. Om vervolgens te adviseren op welke wijze de organisatie haar maatschappelijke verantwoordelijkheid beter vorm kan geven nu de organisatie een nieuw product op de markt zet.
De student vormt met vier andere studenten een vaste leergroep. De leergroep krijgt door de opleiding een zogenaamde leercoach toegewezen.
De taakopdrachten, die individueel worden gemaakt, worden door één medestudent uit de leergroep van feedback voorzien. De student bereidt elke lesdag voor aan de hand van de voorgeschreven literatuur en een taakopdracht. Aan de hand van de taakopdrachten wisselt hij tijdens de lesdagen zijn bevindingen uit met zijn leergroep en reflecteert hij op zijn rol van bedrijfskundig professional. In zijn portfolio neemt hij de uitwerking van de taakopdrachten, zijn reflecties en de feedback van de medestudent van zijn leergroep op in zijn gemaakte werk.
De onderdelen Supply Chain Management, inkoop, logistiek, processen en kwaliteitszorg komen volop aan bod. Daarmee gaat het de diepte in m.b.t. bovenstaande onderwerpen. Uiteraard gerelateerd aan de eigen organisatie.
Een ander deel van de module staat in het teken van het op de markt zetten van een nieuw product. De student gaat bekijken welke gevolgen dit heeft op het gebied van bedrijfseconomie, bedrijfsrecht en bedrijfsethiek.
De student geeft een organisatiebeschrijving van zijn organisatie waar hij werkzaam is, inclusief de stand van zaken omtrent het huidige kwaliteitsmanagement.
Na deze inleiding wordt van de student een korte beschrijving van drie belangrijke kwaliteitsmodellen/-systemen – inclusief voor- en nadelen – gevraagd. Daarbij moet een (nieuwe) beargumenteerde keuze van één van deze systemen worden gevraagd om te implementeren voor deze organisatie (inclusief de opzet van deze implementatie).
Vervolgens geeft de student blijk van inzicht in procesmanagement door middel van de analyse op een primair proces en een gerelateerd verbetervoorstel van dat proces te geven.
Aan het eind van de opdracht geeft de student de relatie weer met Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in het algemeen en duurzaamheid in het bijzonder.
Voor een deel van de Overall Opdracht zal een onderzoek uitgevoerd gaan worden. De student maakt hiervan een onderzoeksverslag. Hiervoor moeten wederom keuzes gemaakt worden voor de aanpak. Een doelstelling en vraagstelling dient geformuleerd te worden. De focus ligt in deze module op interviews.
Voor een mogelijk nieuw op de markt te zetten product gaat de student bekijken welke gevolgen dit heeft op het gebied van bedrijfseconomie, bedrijfsrecht en bedrijfsethiek.
Voor bedrijfseconomie betekent dit het opzetten van de investering, financiering van het product om via prognoses voor een jaar dit uit te bouwen tot een begrote resultatenrekening en een begrote liquiditeitsbegroting om zodoende aan het einde van dat jaar een begrote eindbalans op te stellen (uitgaande van de bestaande balans van het eigen bedrijf). Daarna geeft de student een oordeel over de solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit middels ratio’s m.b.t. de begrote eindbalans.
Voor bedrijfsrecht betekent dit het in kaart brengen van de juridische risico’s en kansen op het gebied van contractenrecht (koopovereenkomst: verbintenisrechtelijk en goederenrechtelijk), aansprakelijkheid, intellectuele eigendom en reclame, concurrentie en samenwerking binnen de markt binnen de organisatie. Om daarna de organisatie een advies te geven hoe deze risico’s en kansen het beste beheerst kunnen worden.
Voor bedrijfsethiek betekent dit het in kaart brengen van de waarden, normen en deugden binnen de organisatie en het morele dilemma dat dit nieuwe product met zich meebrengt. Daarnaast worden de bedrijfs-, beroeps- en/ of gedragscode die relevant zijn voor de organisatie geanalyseerd. Om vervolgens te adviseren op welke wijze de organisatie haar maatschappelijke verantwoordelijkheid beter vorm kan geven nu de organisatie een nieuw product op de markt zet.
De student vormt met vier andere studenten een vaste leergroep. De leergroep krijgt door de opleiding een zogenaamde leercoach toegewezen.
De taakopdrachten, die individueel worden gemaakt, worden door één medestudent uit de leergroep van feedback voorzien. De student bereidt elke lesdag voor aan de hand van de voorgeschreven literatuur en een taakopdracht. Aan de hand van de taakopdrachten wisselt hij tijdens de lesdagen zijn bevindingen uit met zijn leergroep en reflecteert hij op zijn rol van bedrijfskundig professional. In zijn portfolio neemt hij de uitwerking van de taakopdrachten, zijn reflecties en de feedback van de medestudent van zijn leergroep op in zijn gemaakte werk.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Instituut voor Bedrijfskunde