Vak: Praktijkgericht afstudeeronderzoek credits: 25
- Vakcode
- MTVB25PAO
- Naam
- Praktijkgericht afstudeeronderzoek
- Studiejaar
- 2025-2026
- ECTS credits
- 25
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- A. van der Heij-Meijer
- Werkvormen
-
- Afstudeeropdracht
- Toetsen
-
- Scriptie - Overige toetsing
- Verdediging - Mondeling
Leeruitkomsten
Leeruitkomsten
Communicator
3.De bachelor communiceert (over patiënt gerelateerde aspecten en evidence based gezondheidszorg) op een professionele en doeltreffende manier, zowel mondeling, schriftelijk als non-verbaal met andere betrokken professionals, ten behoeve van het professioneel handelen binnen de eigen beroepscontext en de bevordering van de kwaliteit daarvan.
Samenwerker
1.De bachelor signaleert en analyseert de eigen rol en die van andere professionals in de samenwerking ten aanzien van een (complexe) situatie en kan zijn (verbale en non-verbale) communicatie en handelen hierop afstemmen.
3.De bachelor neemt op een effectieve en constructieve wijze deel aan een (multidisciplinair of interprofessioneel) team van professionals, maakt werkafspraken, neemt in gezamenlijkheid besluiten en neemt verantwoordelijkheid ten behoeve van adequate samenwerking.
Onderzoeker
1.De bachelor herkent een relevant vraagstuk voor de beroepscontext en creëert onderzoeksmatig een oplossing.
3.De bachelor gebruikt wetenschappelijke kennis en onderzoeksgegevens in de praktijk van medische beeldvorming, radiotherapie en/of aanpalende onderzoeksterreinen.
Professional
3.De bachelor werkt actief aan de eigen deskundigheidsbevordering en die van collega’s, stagiaires, beroepsbeoefenaren in opleiding en overige (zorg)professionals, waarbij rekening wordt gehouden met de maatschappelijke ontwikkelingen ten aanzien van het beroep.
De student kan tijdens het PAO ook bewijs verzamelen voor de leeruitkomsten 'MBBer in de praktijk':
Samenwerker
2.De bachelor draagt bij aan activiteiten ten behoeve van teamontwikkeling, intervisie en intercollegiale toetsing en kan de uitkomsten hiervan integreren in zijn werkzaamheden.
Organisator
1.De bachelor stelt zich ondernemend op en benut de (professionele) expertise van zichzelf en anderen, binnen en buiten de (para)medische gezondheidszorg om tot veilige, (kosten-)effectieve en efficiënte werkprocessen te komen passend binnen het beleid en visie van een organisatie.
Gezondheidsbevorderaar
1.De bachelor signaleert technologische of innovatieve ontwikkelingen in de eigen beroepscontext en daarbuiten, beoordeelt deze op effectiviteit en efficiëntie en integreert deze in het handelen voor borging en optimalisatie van (zorg)processen.
Onderzoeker
2.De bachelor profileert de eigen expertise in het vakgebied met collega’s, andere (zorg)professionals en beroepsbeoefenaren in opleiding.
Deze leeruitkomsten moeten worden aangetoond bij 'MBBer in de praktijk'.
Communicator
3.De bachelor communiceert (over patiënt gerelateerde aspecten en evidence based gezondheidszorg) op een professionele en doeltreffende manier, zowel mondeling, schriftelijk als non-verbaal met andere betrokken professionals, ten behoeve van het professioneel handelen binnen de eigen beroepscontext en de bevordering van de kwaliteit daarvan.
Samenwerker
1.De bachelor signaleert en analyseert de eigen rol en die van andere professionals in de samenwerking ten aanzien van een (complexe) situatie en kan zijn (verbale en non-verbale) communicatie en handelen hierop afstemmen.
3.De bachelor neemt op een effectieve en constructieve wijze deel aan een (multidisciplinair of interprofessioneel) team van professionals, maakt werkafspraken, neemt in gezamenlijkheid besluiten en neemt verantwoordelijkheid ten behoeve van adequate samenwerking.
Onderzoeker
1.De bachelor herkent een relevant vraagstuk voor de beroepscontext en creëert onderzoeksmatig een oplossing.
3.De bachelor gebruikt wetenschappelijke kennis en onderzoeksgegevens in de praktijk van medische beeldvorming, radiotherapie en/of aanpalende onderzoeksterreinen.
Professional
3.De bachelor werkt actief aan de eigen deskundigheidsbevordering en die van collega’s, stagiaires, beroepsbeoefenaren in opleiding en overige (zorg)professionals, waarbij rekening wordt gehouden met de maatschappelijke ontwikkelingen ten aanzien van het beroep.
De student kan tijdens het PAO ook bewijs verzamelen voor de leeruitkomsten 'MBBer in de praktijk':
Samenwerker
2.De bachelor draagt bij aan activiteiten ten behoeve van teamontwikkeling, intervisie en intercollegiale toetsing en kan de uitkomsten hiervan integreren in zijn werkzaamheden.
Organisator
1.De bachelor stelt zich ondernemend op en benut de (professionele) expertise van zichzelf en anderen, binnen en buiten de (para)medische gezondheidszorg om tot veilige, (kosten-)effectieve en efficiënte werkprocessen te komen passend binnen het beleid en visie van een organisatie.
Gezondheidsbevorderaar
1.De bachelor signaleert technologische of innovatieve ontwikkelingen in de eigen beroepscontext en daarbuiten, beoordeelt deze op effectiviteit en efficiëntie en integreert deze in het handelen voor borging en optimalisatie van (zorg)processen.
Onderzoeker
2.De bachelor profileert de eigen expertise in het vakgebied met collega’s, andere (zorg)professionals en beroepsbeoefenaren in opleiding.
Deze leeruitkomsten moeten worden aangetoond bij 'MBBer in de praktijk'.
Inhoud
In dit studieonderdeel wordt aan de hand van een werkveldgerelateerde opdracht een praktijkgericht afstudeeronderzoek uitgevoerd in tweetallen.
De onderzoeksopdracht moet bekend en geaccordeerd zijn voor de start van het betreffende semester waarin het onderzoek wordt uitgevoerd.
In de eerste weken wordt een onderzoeksvoorstel geschreven.
Studenten schrijven als duo een bachelor scriptie. Wanneer deze is beoordeeld met een voldoende vindt de individuele verdediging plaats.
Tijdens de verdediging wordt de student bevraagd over de inhoud van de scriptie en de verantwoording van de leeruitkomsten PAO.
Alle leeruitkomsten PAO moeten voldoende worden aangetoond op D-niveau om een voldoende te behalen op de verdediging.
Zowel de scriptie als de verdediging moet worden beoordeeld met een voldoende. Het eindcijfer is het gemiddelde van de scriptie en de verdediging.
Gedurende het PAO kan de student bewijzen verzamelen ter verantwoording van de leeruitkomsten 'MBBer in de praktijk'.
De onderzoeksopdracht moet bekend en geaccordeerd zijn voor de start van het betreffende semester waarin het onderzoek wordt uitgevoerd.
In de eerste weken wordt een onderzoeksvoorstel geschreven.
Studenten schrijven als duo een bachelor scriptie. Wanneer deze is beoordeeld met een voldoende vindt de individuele verdediging plaats.
Tijdens de verdediging wordt de student bevraagd over de inhoud van de scriptie en de verantwoording van de leeruitkomsten PAO.
Alle leeruitkomsten PAO moeten voldoende worden aangetoond op D-niveau om een voldoende te behalen op de verdediging.
Zowel de scriptie als de verdediging moet worden beoordeeld met een voldoende. Het eindcijfer is het gemiddelde van de scriptie en de verdediging.
Gedurende het PAO kan de student bewijzen verzamelen ter verantwoording van de leeruitkomsten 'MBBer in de praktijk'.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Academie voor Gezondheidsstudies