Vak: Bewegingsonderwijs groep 1-2 en handschrifteducatie credits: 5
- Vakcode
- PBVB22MOT
- Naam
- Bewegingsonderwijs groep 1-2 en handschrifteducatie
- Studiejaar
- 2025-2026
- ECTS credits
- 5
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- E.J. Sturing
- Werkvormen
-
- Hoorcollege
- Intervisie
- Opdracht
- Practicum / Training
- Simulatie
- Stage, werk
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Bewegingsonderwijs grp 1-2 - Assessment
- Handschrifteducatie - Verslag
Leeruitkomsten
deeltoets 1:
LU1: De leraar stimuleert het bewegen, beleven en reguleren binnen aanvaardbare risico’s.
LU2: De leraar ontwerpt een (hoeken)les bewegingsonderwijs voor groep 1-2 vanuit een actuele methode die bestaat uit meerdere gedifferentieerde bewegingsactiviteiten.
LU3: De leraar voert de hoekenles bewegingsonderwijs uit en maakt gebruik van instructieprincipes en observatierichtlijnen en past deze toe t.b.v. het (motorisch)leren.
Bij het behalen van de moduleleeruitkomsten werk je aan de LOL’s van de opleiding op hoofdfaseniveau:
X LOL1 Pedagogische handelen
X LOL2 (Vak)didactisch handelen
X LOL3 (Vak)inhoudelijke expertise
deeltoets 2:
1. De student kan het belang van handschrifteducatie beschrijven
2. De student heeft kennis van de voorbereidende, aanvankelijke en voortgezette fase en de fase van (hand)schriftontwikkeling binnen de leerlijn en kan de leerlingen tijdens deze verschillende fasen van de ontwikkeling van handschrifteducatie stimuleren en begeleiden
3. De student demonstreert een vlot en leesbaar handschrift (methodisch, leraren en los) op papier en op het bord volgens de richtlijnen uit de theorie.
4. De student verwerkt vakdidactische kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het onderwijzen van handschrifteducatie op drie verschillende niveaus (differentiatie) in zijn lessen.
5. De student ontwerpt een handschrifteducatie les volgens een lesmodel waarbij gebruik gemaakt wordt van proces, vorm, materiaal, digitale ondersteunende middelen en Talentenkrachtprincipes.
6. De student beschrijft aan de hand van peerfeedback zijn ontwikkeling ten aanzien van handschrifteducatie
Bij het behalen van de moduleleeruitkomsten werk je aan de LOL’s van de opleiding op hoofdfaseniveau:
X LOL2 (Vak)didactisch handelen
X LOL3 (Vak)inhoudelijke expertise
X LOL5 Professionele identiteit
LU1: De leraar stimuleert het bewegen, beleven en reguleren binnen aanvaardbare risico’s.
- Gebaseerd op de negen criteria voor een goede les bewegingsonderwijs (Groot, de T., 2020)
- Inspelen op de basisbehoeften autonomie, betrokkenheid en competentie
LU2: De leraar ontwerpt een (hoeken)les bewegingsonderwijs voor groep 1-2 vanuit een actuele methode die bestaat uit meerdere gedifferentieerde bewegingsactiviteiten.
- Gebaseerd op BBIS of BOIS[1]
- Concrete motorische- en reguleringsdoelen
- Inspelen op drie beweegniveaus
- Organisatietekening
[1] BBIS= Basislessen bewegingsonderwijs in de speelzaal (Gelder, W. van) en BOIS= Bewegingsonderwijs in het speellokaal (Berg, T. van den)
LU3: De leraar voert de hoekenles bewegingsonderwijs uit en maakt gebruik van instructieprincipes en observatierichtlijnen en past deze toe t.b.v. het (motorisch)leren.
- Instructieprincipes: PAD - DIM
- Observatierichtlijn: Loopt ‘t – Lukt ‘t – Leeft ‘t
- Adequaat ingrijpen op fysieke veiligheid en leiding nemen (orde) bij ‘Loopt ‘t’
- Verschillende vormen van (impliciete) leerhulp toepassen bij ‘Lukt ’t en Leeft ‘t
- Onderzoekt beginsituatie(s)
- Analyseert vakwerkplan
- Past motorische leerdoelen aan voor een opvolgende les
- Zorgt voor herhaling van activiteiten
Bij het behalen van de moduleleeruitkomsten werk je aan de LOL’s van de opleiding op hoofdfaseniveau:
X LOL1 Pedagogische handelen
X LOL2 (Vak)didactisch handelen
X LOL3 (Vak)inhoudelijke expertise
deeltoets 2:
1. De student kan het belang van handschrifteducatie beschrijven
2. De student heeft kennis van de voorbereidende, aanvankelijke en voortgezette fase en de fase van (hand)schriftontwikkeling binnen de leerlijn en kan de leerlingen tijdens deze verschillende fasen van de ontwikkeling van handschrifteducatie stimuleren en begeleiden
3. De student demonstreert een vlot en leesbaar handschrift (methodisch, leraren en los) op papier en op het bord volgens de richtlijnen uit de theorie.
4. De student verwerkt vakdidactische kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het onderwijzen van handschrifteducatie op drie verschillende niveaus (differentiatie) in zijn lessen.
5. De student ontwerpt een handschrifteducatie les volgens een lesmodel waarbij gebruik gemaakt wordt van proces, vorm, materiaal, digitale ondersteunende middelen en Talentenkrachtprincipes.
6. De student beschrijft aan de hand van peerfeedback zijn ontwikkeling ten aanzien van handschrifteducatie
Bij het behalen van de moduleleeruitkomsten werk je aan de LOL’s van de opleiding op hoofdfaseniveau:
X LOL2 (Vak)didactisch handelen
X LOL3 (Vak)inhoudelijke expertise
X LOL5 Professionele identiteit
Inhoud
De cursus motoriek bestaat uit twee onderdelen die beide voldoende moeten zijn voor het toekennen van de EC's; namelijk bewegingsonderwijs groep 1-2 en handschrifteducatie, waarin de samenhang gevonden kan worden in de motorische ontwikkeling van kinderen m.b.t. grove en fijne motoriek.
Het cijfer van handschrift telt voor 40% en het cijfer van bewegingsonderwijs groep 1-2 telt voor 60% in het eindcijfer.
Bewegingsonderwijs groep 1-2
Binnen het onderdeel motoriek bewegingsonderwijs groep 1-2 ontwerpt de student lessen bewegingsonderwijs voor groep 1-2 en voert deze deels uit in de beroepspraktijk. Studenten tonen hun handelingsbekwaamheid aan m.b.t. het voorbereiden en uitvoeren van lessen bewegingsonderwijs aan groep 1-2. Het ontvangen van feedback, evalueren en reflecteren zijn onlosmakelijk verbonden met het leren lesgeven.
In het opleidingsonderwijs en de toetsing ligt de nadruk op het doelgericht pedagogisch en organisatorisch-didactisch handelen tijdens de lessen bewegingsonderwijs aan groep 1-2. Hiervoor worden in voorbeeld praktijk- en theoriecolleges didactische tools aangereikt die de student in de beroepspraktijk uitprobeert en evalueert, waardoor hij beter leert lesgeven. Het aansluiten op de beleef- bewegingswereld van kleuters is daarin van groot belang.
Beter lesgeven betekent o.a. dat de student:
Handschrifteducatie
Binnen het onderdeel motoriek handschrifteducatie oriënteert de student zich op het handschriftonderwijs zoals dat wordt gegeven in het basisonderwijs.
Er wordt aandacht besteed aan het belang van dit vak, de doelen die nagestreefd worden binnen het handschriftonderwijs, aan de didactiek van het handschriftonderwijs en aan de eigen vaardigheid van de student op het gebied handschrift op het bord en op papier.
Onderwerpen die aan bod komen zijn:
Tijdens de colleges is er steeds ruimte om de eigen vaardigheid op het bord aan te tonen. Een voldoende op de eigen vaardigheid is voorwaardelijk voor het toekennen van de EC’s.
Toetsing:
De student presenteert zijn eigen bordvaardigheden na behoren.
De student ontwerp een les in een lesmatrix en geeft deze les in de stage of aan medestudenten.
De student ontvangt en geeft feedback aan peers en reflecteert op zijn ontwikkeling.
Dit lesontwerp met reflectie en aangetoonde eigen vaardigheid vormt de toetsing van dit onderdeel.
Het cijfer van handschrift telt voor 40% en het cijfer van bewegingsonderwijs groep 1-2 telt voor 60% in het eindcijfer.
Bewegingsonderwijs groep 1-2
Binnen het onderdeel motoriek bewegingsonderwijs groep 1-2 ontwerpt de student lessen bewegingsonderwijs voor groep 1-2 en voert deze deels uit in de beroepspraktijk. Studenten tonen hun handelingsbekwaamheid aan m.b.t. het voorbereiden en uitvoeren van lessen bewegingsonderwijs aan groep 1-2. Het ontvangen van feedback, evalueren en reflecteren zijn onlosmakelijk verbonden met het leren lesgeven.
In het opleidingsonderwijs en de toetsing ligt de nadruk op het doelgericht pedagogisch en organisatorisch-didactisch handelen tijdens de lessen bewegingsonderwijs aan groep 1-2. Hiervoor worden in voorbeeld praktijk- en theoriecolleges didactische tools aangereikt die de student in de beroepspraktijk uitprobeert en evalueert, waardoor hij beter leert lesgeven. Het aansluiten op de beleef- bewegingswereld van kleuters is daarin van groot belang.
Beter lesgeven betekent o.a. dat de student:
- Zich handelingsbekwaam voelt m.b.t. het veilig kunnen organiseren van (hoeken)lessen bewegingsonderwijs
- In staat is het motorisch leren te sturen door effectieve leerhulp te bieden en lln. de ruimte te geven om te ontdekken en te experimenteren
Handschrifteducatie
Binnen het onderdeel motoriek handschrifteducatie oriënteert de student zich op het handschriftonderwijs zoals dat wordt gegeven in het basisonderwijs.
Er wordt aandacht besteed aan het belang van dit vak, de doelen die nagestreefd worden binnen het handschriftonderwijs, aan de didactiek van het handschriftonderwijs en aan de eigen vaardigheid van de student op het gebied handschrift op het bord en op papier.
Onderwerpen die aan bod komen zijn:
- Het belang van handschrifteducatie
- De leerlijn handschrifteducatie
- Hoe geef je een effectieve les volgens het ADI-model, waarbij samenhang is tussen proces, vorm en materiaal
- Hoe pas je talentenkrachtprincipes toe tijdens je les
- Kritisch naar eigen ontworpen les kijken door peerfeedback
- Eigen vaardigheid op het bord en op papier
Tijdens de colleges is er steeds ruimte om de eigen vaardigheid op het bord aan te tonen. Een voldoende op de eigen vaardigheid is voorwaardelijk voor het toekennen van de EC’s.
Toetsing:
De student presenteert zijn eigen bordvaardigheden na behoren.
De student ontwerp een les in een lesmatrix en geeft deze les in de stage of aan medestudenten.
De student ontvangt en geeft feedback aan peers en reflecteert op zijn ontwikkeling.
Dit lesontwerp met reflectie en aangetoonde eigen vaardigheid vormt de toetsing van dit onderdeel.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Pedagogische Academie