Vak: Wat maakt onderwijs goed? credits: 10

Vakcode
PBVB24MOD7
Naam
Wat maakt onderwijs goed?
Studiejaar
2025-2026
ECTS credits
10
Taal
Nederlands
Coördinator
C.M. de Peuter
Werkvormen
  • Opdracht
  • Werkcollege
Toetsen
  • Wat maakt onderwijs goed - Assessment

Leeruitkomsten

 
  1. De student formuleert, op basis van een bestaand kader, (ontwikkelings-/les-)doelen en maakt hierbij gebruik van vakinhoudelijke en vakdidactische kennis en vaardigheden.
  2. De student ontwerpt activiteiten bij (ontwikkelings-/les- )doelen en selecteert hierbij passende werkvormen, materialen en middelen.
  3. De student onderbouwt hoe leeractiviteiten, leeromgeving en leerkracht in positieve zin invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkeling en het leren van de leerling.
  4. De student legt verbanden tussen goed onderwijs, effectieve didactiek, de rol van de leerkracht en de talentgerichte ontwikkeling van leerlingen.
  5. De student onderbouwt wat effectieve didactiek is, hoe didactische modellen en vakdidactiek hierbij een rol spelen en welke rol de leerkracht heeft in effectieve didactiek.
  6. De student verwoord wat de rol van taal is in het onderwijs en wat dit vraagt van de (taal)competenties van de leerkracht.
  7. De student formuleert een visie op goed onderwijs en onderbouwt deze met voorbeelden uit de praktijk en relevante bronnen.  

Bij het behalen van de moduleleeruitkomsten werk je aan de LOL’s van de opleiding op hoofdfase niveau:

x□ LOL1 Pedagogische handelen
x□ LOL2 (Vak)inhoudelijke expertise
x□ LOL3 (Vak)didactisch handelen
x□ LOL4 Onderzoekend handelen
x□ LOL5 Professionele identiteit

Inhoud

Wat maakt onderwijs goed?
In de eerste module van het derde semester (jaar 2) wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling en het leren van een kind en de rol van de leerkracht en de leeromgeving hierbij. De vraag die centraal staat in deze module is: ‘Wat maakt onderwijs goed?’   
 
Het is een vraag die studenten uitdaagt om kritisch na te denken over wat de rollen en taken zijn van een (toekomstige) leerkracht om bij te dragen aan de ontwikkeling en het leren van een kind. De student denkt o.a. na over hoe een leerkracht kennis en inzichten bij leerlingen kan bevorderen en de intrinsieke motivatie van leerlingen voor het leren in stand kan houden (Veenker et al, 2017).   

Ook de competenties die een leerkracht nodig heeft om doelgericht en effectief te kunnen handelen in het onderwijs zijn onderdeel van deze module. Deze competenties zijn in belangrijke mate talige competenties. Hoe taalcompetenter de leraar didactisch kan handelen hoe effectiever zijn lessen zijn. In deze module wordt dieper ingegaan op de relatie tussen didactisch handelen en taalcompetenties van leerkrachten. 
 
Ten slotte is het verzorgen van een goede les een van de kerntaken van een leraar. Factoren die bij kunnen dragen aan een effectieve didactiek staan centraal. De student bestudeert verschillende didactische modellen en observeert in de klas.
  
Op basis van theorie in de lessen en observatie in de klas ontwikkelt de student een visie op de rollen en taken van een leerkracht. Deze visie wordt vertaald naar het handelen in de klas. Aan het eind van de module zal de student in een ‘sollicitatiegesprek’ met een fictieve directeur van het basisonderwijs zijn/haar visie toelichten.
  
De module wordt afgesloten met een portfolio-assessment. In dit portfolio verzamelt de student onder andere uitwerkingen van opdrachten, feedback van peers en van docenten en reflecties op het eigen leerproces.
 

Opgenomen in opleiding(en)

School(s)

  • Pedagogische Academie