Vak: Kind en omgeving credits: 9
- Vakcode
- PBVP24MOD2
- Naam
- Kind en omgeving
- Studiejaar
- 2025-2026
- ECTS credits
- 9
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- L.G. Koning
- Werkvormen
-
- Individueel
- Opdracht
- Practicum / Training
- Werkcollege
- Toetsen
-
- portfolio - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
1. De student legt ecologisch model van Bronfenbrenner uit middels voorbeelden uit zijn/haar eigen systeem geeft een reflectie van welke elementen invloed hebben gehad op zijn/haar (professionele) ontwikkeling.
2. De student heeft kennis van de rol van pedagogiek in de verschillende contexten van waarin het kind zich kan bevinden en de invloed hiervan op de ontwikkeling van het kind.
3. De student past gesprekstechnieken en -vormen toe, die passen bij het niveau en leeftijd van het kind, om zicht te krijgen op het netwerk van het kind. Student heeft hierbij aandacht voor het sociaal functioneren van het kind in verschillende contexten (thuis, school, sport/hobby/bso).
4. De student past passende gesprekstechnieken en -vormen toe om samen met opvoeders zicht te krijgen op het netwerk van het kind en de betekenis van de omgeving voor de ontwikkeling en het leren van het kind.
5. De student kan (op basis van menselijke, natuurlijke en historische factoren) beschrijven hoe de omgeving van het kind eruit ziet en kan verklaren wat de invloed van de omgeving is op de ontwikkeling van het kind en wat dit betekent voor de school. De student kan deze gegevens (historisch, geografisch en demografisch) weergeven op een tijdlijn, tabel, grafiek, etc. Student heeft hierbij expliciet aandacht voor de invloed van Sociaal Economische Status op micro en macro niveau en de invloed daarvan op de ontwikkeling en het leren van het kind.
6. De student oriënteert zich op de actoren in het netwerk van het kind en benoemt krachten uit het netwerk die ondersteunend zijn voor de ontwikkeling van de geletterdheid van het kind.
7. De student brengt de onderwijsbehoeften van een kind in kaart op een aspect van de rekenontwikkeling en benoemt daarbij omgevingsfactoren die mogelijk van invloed zijn op de rekenontwikkeling.
8. De student reflecteert kritisch op de gespreksvaardigheden die zij hebben geleerd in oudergesprekken en evalueert wat hij/zij hieruit meeneemt in zijn/haarpersoonlijke ontwikkeling in het voeren van oudergesprekken.
x□ LOL1 Pedagogische handelen
x□ LOL2 (Vak)inhoudelijke expertise
x□ LOL3 (Vak)didactisch handelen
x□ LOL4 Onderzoekend handelen
x□ LOL5 Professionele identiteit
2. De student heeft kennis van de rol van pedagogiek in de verschillende contexten van waarin het kind zich kan bevinden en de invloed hiervan op de ontwikkeling van het kind.
3. De student past gesprekstechnieken en -vormen toe, die passen bij het niveau en leeftijd van het kind, om zicht te krijgen op het netwerk van het kind. Student heeft hierbij aandacht voor het sociaal functioneren van het kind in verschillende contexten (thuis, school, sport/hobby/bso).
4. De student past passende gesprekstechnieken en -vormen toe om samen met opvoeders zicht te krijgen op het netwerk van het kind en de betekenis van de omgeving voor de ontwikkeling en het leren van het kind.
5. De student kan (op basis van menselijke, natuurlijke en historische factoren) beschrijven hoe de omgeving van het kind eruit ziet en kan verklaren wat de invloed van de omgeving is op de ontwikkeling van het kind en wat dit betekent voor de school. De student kan deze gegevens (historisch, geografisch en demografisch) weergeven op een tijdlijn, tabel, grafiek, etc. Student heeft hierbij expliciet aandacht voor de invloed van Sociaal Economische Status op micro en macro niveau en de invloed daarvan op de ontwikkeling en het leren van het kind.
6. De student oriënteert zich op de actoren in het netwerk van het kind en benoemt krachten uit het netwerk die ondersteunend zijn voor de ontwikkeling van de geletterdheid van het kind.
7. De student brengt de onderwijsbehoeften van een kind in kaart op een aspect van de rekenontwikkeling en benoemt daarbij omgevingsfactoren die mogelijk van invloed zijn op de rekenontwikkeling.
8. De student reflecteert kritisch op de gespreksvaardigheden die zij hebben geleerd in oudergesprekken en evalueert wat hij/zij hieruit meeneemt in zijn/haarpersoonlijke ontwikkeling in het voeren van oudergesprekken.
x□ LOL1 Pedagogische handelen
x□ LOL2 (Vak)inhoudelijke expertise
x□ LOL3 (Vak)didactisch handelen
x□ LOL4 Onderzoekend handelen
x□ LOL5 Professionele identiteit
Inhoud
In de module Kind in zijn omgeving wordt aandacht besteed aan de omgeving van een kind en de invloeden van de omgeving op de ontwikkeling van het kind. Naast dat het kind deel uitmaakt van een gezin, bestaat het leven van een kind uit meer werelden (systemen), zoals familie, school, de buurt, de (sport of muziek)vereniging, de naschoolse opvang, etc. In deze module leer je hoe het functioneren van systemen invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen. Om de invloed van de omgeving op het gedrag van het kind beter te begrijpen, volg je, in het kader van de integrale opdracht, een kind in verschillende contexten (bijvoorbeeld op school en de naschoolse opvang, of thuis en in de buurt). Het volgen van het een kind is leerzaam, omdat een kind thuis zich heel anders kan gedragen dan op de naschoolse opvang of bijvoorbeeld in de buurt. Zo kan je ontdekken waar de krachten in het systeem en het netwerk liggen die ondersteunend zijn voor het kind. Samen met studieteamgenoten, zoek je achtergrondinformatie over netwerken, over hoe je goed contact kunt maken met ouders/verzorgers en het kind en over hoe je je professioneel kunt opstellen. Vervolgens gaat je op zoek naar een kind dat in verschillende contexten gevolgd mag en kan worden. Je maakt contact met het gezin en brengt vervolgens -met behulp van een instrument- omgevingskenmerken en omgevingsinvloeden in kaart. Je gaat hiervoor in gesprek met zowel het kind als de ouders van het kind. Hierbij komen verschillende domeinen aan de orde, in ieder geval: Sociale pedagogiek, Mens & Maatschappij (burgerschap, cultuur), Taal (taalomgeving), Rekenen & Wiskunde. In het studieteam wordt besproken hoe je de gegevens kunt analyseren. Je maakt een analyse van het systeem rondom het kind en de verbindingen tussen de leefomgevingen. Met studieteamgenoten wordt gereflecteerd op de verschillen en overeenkomsten tussen de analyses. En in een individuele reflectie-opdracht op het eigen professionele handelen. Je presenteert deze analyse van het netwerk rondom het kind in het studieteam.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Pedagogische Academie