Vak: Pabo-ALO Sportpraktijk 1 - Vakdidactiek en vakinhoud credits: 5
- Vakcode
- ALVP25SP1
- Naam
- Pabo-ALO Sportpraktijk 1 - Vakdidactiek en vakinhoud
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 5
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- S. Gerrits
- Werkvormen
-
- Practicum / Training
- Toetsen
-
- Sportpraktijk 1 - Vaardigheidstoets
Leeruitkomsten
Deze module levert een bijdrage aan de volgende leerwegonafhankelijke leeruitkomst(en):
☐ Pedagogisch handelen
☒ (Vak)didactisch handelen
☒ (Vak)inhoudelijke expertise ALO
☐ (Vak)inhoudelijke expertise Pabo
☐ Onderzoekend handelen
☐ Professionele identiteit
Deze module draagt bij aan leerdoelen die ondersteunend zijn aan het ontwikkelen van didactisch handelen en vakinhoudelijke expertise van de ALO.
☐ Pedagogisch handelen
☒ (Vak)didactisch handelen
☒ (Vak)inhoudelijke expertise ALO
☐ (Vak)inhoudelijke expertise Pabo
☐ Onderzoekend handelen
☐ Professionele identiteit
Deze module draagt bij aan leerdoelen die ondersteunend zijn aan het ontwikkelen van didactisch handelen en vakinhoudelijke expertise van de ALO.
Inhoud
Inhoud van het studieonderdeel:
Sportpraktijk 1 staat in grote mate in het teken van het ontwikkelen van sportvaardigheid. De student leert binnen verschillende sportdomeinen bewegingsactiviteiten te realiseren in samenwerking met medestudenten. Naast het ontwikkelen van motorische vaardigheid, krijgt de student inzicht in de didactiek van de aangeboden sportdomeinen. Denk hierbij aan veiligheid & organisatie, dominante handelingen en het geven van de juiste leerhulp om een bewegingsprobleem op te lossen.
Opzet van de colleges
De student neemt deel aan de praktijklessen en besteedt zo nodig tijd aan zelfstudie om zichzelf te bekwamen. Er komen diverse sportdomeinen aan bod, zoals atletiek, bewegen en muziek, spel, turnen en zwemmen.
Het gaat om sportpraktijklessen waarbij de student zelf en samen actief sport en beweegt en zijn eigen brede vaardigheid in het sporten ontwikkelt.
De begeleiding zal bestaan uit sportpraktijklessen, waarin in klassenverband een methodisch-didactische lessen in diverse sportdomeinen worden gevolgd.
De student toont zijn vaardigheid tijdens lessen sportpraktijk in de verschillende domeinen. De onderdelen hebben een oriënterend en selecterend karakter.
Een proactieve houding is hierbij wenselijk en vereist.
De praktijktheorie die tijdens de praktijklessen behandeld wordt is terug te vinden op Brightspace en zal in de voortgangstoets worden getoetst.
Opzet van de toetsing
Actieve participatie is voorwaardelijk. Formatieve toetsing vindt plaats tijdens de lessen, waaronder selfassessment, peerassessment en/of feedback van de docent.
Tijdens de laatste les(sen) van elk domein wordt een summatieve vaardigheidstoets afgenomen of levert de student een selfassessment aan op basis van zijn gefilmde uitvoering van de betreffende vaardigheid.
Wanneer door de beoordelaar al voor het laatste lesmoment is vastgesteld dat de student over voldoende sportvaardigheden beschikt wordt daarmee de summatieve vaardigheidstoetsing afgerond.
Is dit niet het geval dan wordt het laatst geroosterde lesmoment als toetsmoment voor de sportvaardigheden gebruikt. De beoordelaar communiceert helder waar, hoe en wanneer deze observaties voor toetsing plaatsvinden.
Aansluitend wordt tijdens een docentenvergadering bepaald of de student – over alle domeinen bekeken – voldoende heeft geparticipeerd (= voorwaardelijk) en voldoende sportvaardig is. Het uitgangspunt is dat hij alle domeinen voldoende moet hebben afgerond. Hier kan van worden afweken wanneer er tijdens de docentenvergadering anders wordt besloten.
Onder actieve participatie wordt verstaan dat van studenten wordt verwacht dat zij zich actief inzetten door aanwezig te zijn en actief deel te nemen aan geplande activiteiten. Een essentieel uitgangspunt is de volledige aanwezigheid van studenten bij alle lessen en activiteiten, waarbij zowel docenten als medestudenten rekenen op actieve betrokkenheid bij de diverse onderwijsvormen. De actieve participatie wordt beschouwd als een cruciaal aspect van de studie en voorbereiding op het werkveld in de onderwijs- en sportsector.
Literatuur en eventuele kosten
De tweede kans vindt plaats aan het einde van het studiejaar.
Literatuur: voor de actuele literatuur wordt verwezen naar de Brightspacecourse van deze module.
Voor dit onderdeel geldt, naast de aanschaf van het kledingpakket, geen additionele kosten.
Sportpraktijk 1 staat in grote mate in het teken van het ontwikkelen van sportvaardigheid. De student leert binnen verschillende sportdomeinen bewegingsactiviteiten te realiseren in samenwerking met medestudenten. Naast het ontwikkelen van motorische vaardigheid, krijgt de student inzicht in de didactiek van de aangeboden sportdomeinen. Denk hierbij aan veiligheid & organisatie, dominante handelingen en het geven van de juiste leerhulp om een bewegingsprobleem op te lossen.
Opzet van de colleges
De student neemt deel aan de praktijklessen en besteedt zo nodig tijd aan zelfstudie om zichzelf te bekwamen. Er komen diverse sportdomeinen aan bod, zoals atletiek, bewegen en muziek, spel, turnen en zwemmen.
Het gaat om sportpraktijklessen waarbij de student zelf en samen actief sport en beweegt en zijn eigen brede vaardigheid in het sporten ontwikkelt.
De begeleiding zal bestaan uit sportpraktijklessen, waarin in klassenverband een methodisch-didactische lessen in diverse sportdomeinen worden gevolgd.
De student toont zijn vaardigheid tijdens lessen sportpraktijk in de verschillende domeinen. De onderdelen hebben een oriënterend en selecterend karakter.
Een proactieve houding is hierbij wenselijk en vereist.
De praktijktheorie die tijdens de praktijklessen behandeld wordt is terug te vinden op Brightspace en zal in de voortgangstoets worden getoetst.
Opzet van de toetsing
Actieve participatie is voorwaardelijk. Formatieve toetsing vindt plaats tijdens de lessen, waaronder selfassessment, peerassessment en/of feedback van de docent.
Tijdens de laatste les(sen) van elk domein wordt een summatieve vaardigheidstoets afgenomen of levert de student een selfassessment aan op basis van zijn gefilmde uitvoering van de betreffende vaardigheid.
Wanneer door de beoordelaar al voor het laatste lesmoment is vastgesteld dat de student over voldoende sportvaardigheden beschikt wordt daarmee de summatieve vaardigheidstoetsing afgerond.
Is dit niet het geval dan wordt het laatst geroosterde lesmoment als toetsmoment voor de sportvaardigheden gebruikt. De beoordelaar communiceert helder waar, hoe en wanneer deze observaties voor toetsing plaatsvinden.
Aansluitend wordt tijdens een docentenvergadering bepaald of de student – over alle domeinen bekeken – voldoende heeft geparticipeerd (= voorwaardelijk) en voldoende sportvaardig is. Het uitgangspunt is dat hij alle domeinen voldoende moet hebben afgerond. Hier kan van worden afweken wanneer er tijdens de docentenvergadering anders wordt besloten.
Onder actieve participatie wordt verstaan dat van studenten wordt verwacht dat zij zich actief inzetten door aanwezig te zijn en actief deel te nemen aan geplande activiteiten. Een essentieel uitgangspunt is de volledige aanwezigheid van studenten bij alle lessen en activiteiten, waarbij zowel docenten als medestudenten rekenen op actieve betrokkenheid bij de diverse onderwijsvormen. De actieve participatie wordt beschouwd als een cruciaal aspect van de studie en voorbereiding op het werkveld in de onderwijs- en sportsector.
Literatuur en eventuele kosten
De tweede kans vindt plaats aan het einde van het studiejaar.
Literatuur: voor de actuele literatuur wordt verwezen naar de Brightspacecourse van deze module.
Voor dit onderdeel geldt, naast de aanschaf van het kledingpakket, geen additionele kosten.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Welzijn, Educatie & Sport