Vak: Switchboard Research Project credits: 30
- Vakcode
- AMVB26PLRP1
- Naam
- Switchboard Research Project
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 30
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- B. Bont
- Werkvormen
-
- Intervisie
- Opdracht
- Zelfstudie
- Toetsen
-
- Report - Verslag
Leeruitkomsten
Niveauoriëntatie (semester 3-7): De student geeft inzicht in het belang van ontwerpend en theoretisch onderzoek en experiment voor het verwerven van kennis en vaardigheden en slaagt erin dit vorm te geven.
3. VERBINDEN MET DE OMGEVING
De student positioneert zich als kunstenaar/ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de contexten waarin deze werkt.
De positionering van de student is weloverwogen en wordt belichaamd in het werk en werkwijze. Daartoe heeft de student onderzoek gedaan.
De student kan de waarde van deze positionering duidelijk maken in de context waarin de student werkt. De student kan weerbaar en wendbaar omgaan met veranderende omstandigheden en verschillende benaderingen van kunst maken en ontwerpen door open te staan voor nieuwe kennis, inzichten en vaardigheden en deze te verwerven.
Kunstenaars/ontwerpers werken in relatie tot en samen met anderen. Samenwerken, uitwisselen en communiceren zijn in het werkproces cruciaal. De student zoekt actief verbindingen met anderen om het werken verder te brengen. De student heeft zicht op diverse vormen van (collectieve) samenwerkingsverbanden, zowel binnen als buiten het eigen vakgebied.
In samenwerkingen kan de student een passende bijdrage leveren en een eigen stem laten horen, en inclusief omgaan met de verschillende rollen, verhoudingen, motivaties, verantwoordelijkheden, belangen, stemmen en specifieke kwaliteiten.
De student ontwikkelt inzicht in de rol die kunstenaars/ontwerpers kunnen hebben in eenvoudige, onderling afhankelijke systemen. De student onderzoekt de eigen rol als maker in werk- en productieprocessen en de implicaties hiervan voor de mens, milieu en
maatschappij. Hiermee scherpt de student het bewustzijn aan dat het eigen werk en werkproces deel uitmaken van een groter, ook internationaal, geheel: samenleving, natuur, geschiedenis. Daarnaast verhoudt de student zich met werk en werkwijze tot de wereld, waarbij o.a. ecologische, technologische, sociale en economische vraagstukken en transities een rol spelen.
4. WERKEN IN EEN PRAKTIJK
De student kan condities voor een eigen werkpraktijk tot stand brengen, passend bij de eigen positionering. De student kan daartoe organiseren en communiceren met anderen.
Om als kunstenaar en ontwerper in de praktijk te kunnen werken, organiseert de student een passende werkomgeving. De student weet eigen werkprocessen te faciliteren en kan een veilig werkklimaat creëren. De student gaat wendbaar om met de fysieke en sociale werkomstandigheden en stelt waar nodig de condities van de werkomgeving bij.
Het vraagt zelfvertrouwen en lef om de juiste werkomstandigheden te creëren, tijd en artistieke vrijheid te claimen, over financiën te onderhandelen, initiatiefrijk en
ondernemend te zijn, en een rol te nemen in samenwerkingen. De student heeft daar inzicht in en ontwikkelt vertrouwen in de eigen positionering, kwaliteiten en ambities.
Het vraagt ook inlevingsvermogen, inventiviteit en verbeeldingskracht, om mogelijkheden en kansen te zien in het werkveld en die aan te gaan. De student neemt initiatieven om tot werk te komen, bijvoorbeeld door opdrachten en projecten te initiëren en te verwerven, maar ook door gezamenlijk op te trekken, kennis uit te wisselen en tot nieuwe vormen van
werken en werkpraktijken te komen.
3. VERBINDEN MET DE OMGEVING
De student positioneert zich als kunstenaar/ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de contexten waarin deze werkt.
De positionering van de student is weloverwogen en wordt belichaamd in het werk en werkwijze. Daartoe heeft de student onderzoek gedaan.
De student kan de waarde van deze positionering duidelijk maken in de context waarin de student werkt. De student kan weerbaar en wendbaar omgaan met veranderende omstandigheden en verschillende benaderingen van kunst maken en ontwerpen door open te staan voor nieuwe kennis, inzichten en vaardigheden en deze te verwerven.
Kunstenaars/ontwerpers werken in relatie tot en samen met anderen. Samenwerken, uitwisselen en communiceren zijn in het werkproces cruciaal. De student zoekt actief verbindingen met anderen om het werken verder te brengen. De student heeft zicht op diverse vormen van (collectieve) samenwerkingsverbanden, zowel binnen als buiten het eigen vakgebied.
In samenwerkingen kan de student een passende bijdrage leveren en een eigen stem laten horen, en inclusief omgaan met de verschillende rollen, verhoudingen, motivaties, verantwoordelijkheden, belangen, stemmen en specifieke kwaliteiten.
De student ontwikkelt inzicht in de rol die kunstenaars/ontwerpers kunnen hebben in eenvoudige, onderling afhankelijke systemen. De student onderzoekt de eigen rol als maker in werk- en productieprocessen en de implicaties hiervan voor de mens, milieu en
maatschappij. Hiermee scherpt de student het bewustzijn aan dat het eigen werk en werkproces deel uitmaken van een groter, ook internationaal, geheel: samenleving, natuur, geschiedenis. Daarnaast verhoudt de student zich met werk en werkwijze tot de wereld, waarbij o.a. ecologische, technologische, sociale en economische vraagstukken en transities een rol spelen.
4. WERKEN IN EEN PRAKTIJK
De student kan condities voor een eigen werkpraktijk tot stand brengen, passend bij de eigen positionering. De student kan daartoe organiseren en communiceren met anderen.
Om als kunstenaar en ontwerper in de praktijk te kunnen werken, organiseert de student een passende werkomgeving. De student weet eigen werkprocessen te faciliteren en kan een veilig werkklimaat creëren. De student gaat wendbaar om met de fysieke en sociale werkomstandigheden en stelt waar nodig de condities van de werkomgeving bij.
Het vraagt zelfvertrouwen en lef om de juiste werkomstandigheden te creëren, tijd en artistieke vrijheid te claimen, over financiën te onderhandelen, initiatiefrijk en
ondernemend te zijn, en een rol te nemen in samenwerkingen. De student heeft daar inzicht in en ontwikkelt vertrouwen in de eigen positionering, kwaliteiten en ambities.
Het vraagt ook inlevingsvermogen, inventiviteit en verbeeldingskracht, om mogelijkheden en kansen te zien in het werkveld en die aan te gaan. De student neemt initiatieven om tot werk te komen, bijvoorbeeld door opdrachten en projecten te initiëren en te verwerven, maar ook door gezamenlijk op te trekken, kennis uit te wisselen en tot nieuwe vormen van
werken en werkpraktijken te komen.
Inhoud
Switchboard’ verwijst naar een keuzemoment in de opleiding. In semester 5 heb je voorbereidingen getroffen en een leervraag geformuleerd die centraal staat bij de keuze die je in semester 6 maakt.
Vervolgens kun je kiezen uit een van de opties om de praktijk in te gaan en kennis te maken met een aspect van het beroepsveld. Dit biedt je de ruimte om een sterker profiel te ontwikkelen. Je hebt een Switchboard-coach die je begeleidt.
Onderzoeksproject bij een Hanze Research Center
Tijdens semester 6 kun je de kennis en vaardigheden die je tijdens je studie hebt opgedaan, toepassen in diverse onderzoeksprojecten die verband houden met de beroepspraktijk bij onze kenniscentra. Om deel te nemen aan een onderzoeksproject moet je je portfolio indienen en een gesprek hebben met een hoogleraar of onderzoeker van een van de Hanze Research Centers. Deelname aan een onderzoeksproject is een goede kans om je onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen en je persoonlijke visie op je toekomstige carrière in realistische praktijksituaties uit te testen.
Je vindt de Hanze Research Centres op Hanze. Bekijk ook ons eigen Research Centre Art & Society.
NB Meer informatie en inschrijfmogelijkheden vind je op Brightspace.
Vervolgens kun je kiezen uit een van de opties om de praktijk in te gaan en kennis te maken met een aspect van het beroepsveld. Dit biedt je de ruimte om een sterker profiel te ontwikkelen. Je hebt een Switchboard-coach die je begeleidt.
Onderzoeksproject bij een Hanze Research Center
Tijdens semester 6 kun je de kennis en vaardigheden die je tijdens je studie hebt opgedaan, toepassen in diverse onderzoeksprojecten die verband houden met de beroepspraktijk bij onze kenniscentra. Om deel te nemen aan een onderzoeksproject moet je je portfolio indienen en een gesprek hebben met een hoogleraar of onderzoeker van een van de Hanze Research Centers. Deelname aan een onderzoeksproject is een goede kans om je onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen en je persoonlijke visie op je toekomstige carrière in realistische praktijksituaties uit te testen.
Je vindt de Hanze Research Centres op Hanze. Bekijk ook ons eigen Research Centre Art & Society.
NB Meer informatie en inschrijfmogelijkheden vind je op Brightspace.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Kunst, Ontwerp & Ruimte