Vak: Educatie Maken 1 credits: 10
- Vakcode
- DMVP24EDU1
- Naam
- Educatie Maken 1
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 10
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- C. Homminga
- Werkvormen
-
- Intervisie
- Opdracht
- Projectonderwijs
- Simulatie
- Stage, werk
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Portfolio Assessment 1 - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
2.1 Je ontwerpt betekenisvolle leeromgevingen, waarbij je rekening houdt met de gestelde doelen, specifieke talenten en leerbehoeften van lerenden.
2.2 Je schept de voorwaarden voor een inclusief, kansrijk leerklimaat.
4.1 Je signaleert actuele onderwerpen in de praktijk die voor jou een aanleiding vormen voor verder onderzoek en je formuleert wat je met je onderzoek wilt bijdragen aan die praktijk.
Inhoud
2. Je ontwerpt en creƫert, in afstemming met betrokkenen, vanuit een coherente artistieke en pedagogisch-didactische visie, betekenisvolle leeromgevingen.
a) Je kent diverse manieren om theorie en praktijk van kunst en cultuur over te dragen;
b) Je kent kernconcepten en stromingen uit vakdidactiek, psychologie, pedagogiek en onderwijskunde;
c) Je kent verschillende methodieken voor kunsteducatief ontwerp;
d) Je kent interdisciplinaire methodieken om het actuele cultuuraanbod (dans, theater, muziek, film, beeldend) te ontsluiten en te beschouwen;
e) Je kent het discours rond inclusie, kansengelijkheid en duurzaamheid in kunst en educatie;
f) Je kent strategieƫn om kunsteducatie te verbinden met kritisch burgerschap;
g) Je kent voorbeelden van transdisciplinair werken, zowel binnen kunstvakken als met andere disciplines;
h) Je kent theorie over verschillende vormen van toetsen en beoordelen.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
a) Je kent diverse manieren om theorie en praktijk van kunst en cultuur over te dragen;
b) Je kent kernconcepten en stromingen uit vakdidactiek, psychologie, pedagogiek en onderwijskunde;
c) Je kent verschillende methodieken voor kunsteducatief ontwerp;
d) Je kent interdisciplinaire methodieken om het actuele cultuuraanbod (dans, theater, muziek, film, beeldend) te ontsluiten en te beschouwen;
e) Je kent het discours rond inclusie, kansengelijkheid en duurzaamheid in kunst en educatie;
f) Je kent strategieƫn om kunsteducatie te verbinden met kritisch burgerschap;
g) Je kent voorbeelden van transdisciplinair werken, zowel binnen kunstvakken als met andere disciplines;
h) Je kent theorie over verschillende vormen van toetsen en beoordelen.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Prins Claus Conservatorium