Vak: Case Study credits: 20
- Vakcode
- HPDM25CS
- Naam
- Case Study
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 20
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- K.S.F. Colman
- Werkvormen
-
- Action learning
- Gastcollege
- Individueel
- Opdracht
- Practicum / Training
- Stage, werk
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Case study - Professioneel product
Leeruitkomsten
Leeruitkomst 3 Praktijkgericht onderzoek
De afgestudeerde levert een robuuste en toegankelijke kennisbijdrage voor betrokken partijen en maakt kennis en inzichten toegankelijk voor externe belanghebbenden en andere contexten, zodat onderzoeksresultaten breed toepasbaar en duurzaam inzetbaar zijn.
Het competentieniveau is op masterlevel met als referenties de EQF level 7.
De afgestudeerde levert een robuuste en toegankelijke kennisbijdrage voor betrokken partijen en maakt kennis en inzichten toegankelijk voor externe belanghebbenden en andere contexten, zodat onderzoeksresultaten breed toepasbaar en duurzaam inzetbaar zijn.
Het competentieniveau is op masterlevel met als referenties de EQF level 7.
Inhoud
Leeruitkomst 3 Praktijkgericht onderzoek
De afgestudeerde levert een robuuste en toegankelijke kennisbijdrage voor betrokken partijen en maakt kennis en inzichten toegankelijk voor externe belanghebbenden en andere contexten, zodat onderzoeksresultaten breed toepasbaar en duurzaam inzetbaar zijn.
Het competentieniveau is op masterlevel met als referenties de EQF level 7.
De student geeft methodisch en exemplarisch inzicht in een deel van het veranderproces binnen de complexe context van zijn sociale innovatie met als functie om tot het delen van ervaringen en kennis te komen. De vorm die de case study krijgt is vrij maar de gedeelde kennis wordt altijd evidence informed onderbouwd en is in samenspraak met belanghebbenden tot stand gekomen. De case study voldoet aan de volgende kenmerken:
• is peer-reviewed (met peer wordt verwezen naar het innovatie ecosysteem en dit zijn daarmee alle relevante actoren, dit wil zeggen; de eindgebruiker, docenten en andere experts, medestudenten en eventueel relevante anderen);
• de context is zo beschreven dat deze herkenbaar is en te vergelijken met andere contexten;
• is gebaseerd op een complexiteitsgeoriënteerde aanpak;
is gericht op transfereerbaarheid van kennis en ervaring naar vergelijkbare cases;
• behandelt kritisch de validiteit van de opgedane context-afhankelijke en (wanneer opportuun) context-onafhankelijke 'knowledge claims';
• vertaalt bovenstaande punten naar de, mogelijke, bijdrage van opgedane kennis aan de praktijk en de theorie en de expliciete mogelijke bijdrage aan de gestelde onderzoeks- en innovatiemissie gericht op de transitie naar een gezonde samenleving.
• robuustheid (de student toetst, aan de voorkant, in andere vergelijkbare contexten of de kennisontwikkeling relevant is).
Het doel is om het individuele leertraject en de dynamiek van de praktijk als uitgangspunt te nemen en te verbinden aan de benodigde mastercompetenties en daarin de diepgang te borgen.
De student wordt ondersteund door een gericht (onderwijs)aanbod dat ondersteunt in het schrijven van een case study met bovenstaande doel. Studenten leren evidence informed te selecteren of en wat relevant is voor hun innovatiecontext en leerproces. Vandaar verdiepen zij zich, en ontwikkelen en valideren een theoriegeladen conceptueel kompas voor hun innovatie. Vervolgens leren zij hun methodisch-systematisch handelen in hun onderzoek en innovatie in een verslag vast te leggen. Tijdens het proces loopt een intensief formatief proces waarin verschillende actoren feedback geven op de case study in wording. Dit gebeurt binnen de lessen en door de hieronder beschreven formatieve toetsmomenten.
Studenten volgen een programmatisch toetskader. Hierin werkt de student zelf aan een planning en uitwerking van gevarieerde vormen van formatieve toetsing gericht op de competenties en met gebruikmaking van de aanwezige bronnen. Centraal hierin staat de leeruitkomst dat de student: 'evaluatieve besluitkracht toont in het beoordelen van de kwaliteit van werk van zichzelf en dat van anderen' . Relevante formatieve momenten in dit proces zijn:
• Lerende evaluatie tussen- en eindrapportage,
• Comparatief beoordelen van blauwdruk case study,
• Peer review case study. Algemene eisen formatieve toetsing:
• Is getimed en afgestemd met de leerprocessen in het innovatie ecosysteem
De diversiteit van actoren is maximaal benut
De afgestudeerde levert een robuuste en toegankelijke kennisbijdrage voor betrokken partijen en maakt kennis en inzichten toegankelijk voor externe belanghebbenden en andere contexten, zodat onderzoeksresultaten breed toepasbaar en duurzaam inzetbaar zijn.
Het competentieniveau is op masterlevel met als referenties de EQF level 7.
De student geeft methodisch en exemplarisch inzicht in een deel van het veranderproces binnen de complexe context van zijn sociale innovatie met als functie om tot het delen van ervaringen en kennis te komen. De vorm die de case study krijgt is vrij maar de gedeelde kennis wordt altijd evidence informed onderbouwd en is in samenspraak met belanghebbenden tot stand gekomen. De case study voldoet aan de volgende kenmerken:
• is peer-reviewed (met peer wordt verwezen naar het innovatie ecosysteem en dit zijn daarmee alle relevante actoren, dit wil zeggen; de eindgebruiker, docenten en andere experts, medestudenten en eventueel relevante anderen);
• de context is zo beschreven dat deze herkenbaar is en te vergelijken met andere contexten;
• is gebaseerd op een complexiteitsgeoriënteerde aanpak;
is gericht op transfereerbaarheid van kennis en ervaring naar vergelijkbare cases;
• behandelt kritisch de validiteit van de opgedane context-afhankelijke en (wanneer opportuun) context-onafhankelijke 'knowledge claims';
• vertaalt bovenstaande punten naar de, mogelijke, bijdrage van opgedane kennis aan de praktijk en de theorie en de expliciete mogelijke bijdrage aan de gestelde onderzoeks- en innovatiemissie gericht op de transitie naar een gezonde samenleving.
• robuustheid (de student toetst, aan de voorkant, in andere vergelijkbare contexten of de kennisontwikkeling relevant is).
Het doel is om het individuele leertraject en de dynamiek van de praktijk als uitgangspunt te nemen en te verbinden aan de benodigde mastercompetenties en daarin de diepgang te borgen.
De student wordt ondersteund door een gericht (onderwijs)aanbod dat ondersteunt in het schrijven van een case study met bovenstaande doel. Studenten leren evidence informed te selecteren of en wat relevant is voor hun innovatiecontext en leerproces. Vandaar verdiepen zij zich, en ontwikkelen en valideren een theoriegeladen conceptueel kompas voor hun innovatie. Vervolgens leren zij hun methodisch-systematisch handelen in hun onderzoek en innovatie in een verslag vast te leggen. Tijdens het proces loopt een intensief formatief proces waarin verschillende actoren feedback geven op de case study in wording. Dit gebeurt binnen de lessen en door de hieronder beschreven formatieve toetsmomenten.
Studenten volgen een programmatisch toetskader. Hierin werkt de student zelf aan een planning en uitwerking van gevarieerde vormen van formatieve toetsing gericht op de competenties en met gebruikmaking van de aanwezige bronnen. Centraal hierin staat de leeruitkomst dat de student: 'evaluatieve besluitkracht toont in het beoordelen van de kwaliteit van werk van zichzelf en dat van anderen' . Relevante formatieve momenten in dit proces zijn:
• Lerende evaluatie tussen- en eindrapportage,
• Comparatief beoordelen van blauwdruk case study,
• Peer review case study. Algemene eisen formatieve toetsing:
• Is getimed en afgestemd met de leerprocessen in het innovatie ecosysteem
De diversiteit van actoren is maximaal benut
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Gezondheid, Zorg & Vitaliteit