Vak: Motoriek: bewegen in de schoolomgeving, bewegingsonderwijs in groep 1-2 en (hand)schrifteducatie credits: 3

Vakcode
PBDB26MOT
Naam
Motoriek: bewegen in de schoolomgeving, bewegingsonderwijs in groep 1-2 en (hand)schrifteducatie
Studiejaar
2026-2027
ECTS credits
3
Taal
Nederlands
Coördinator
F. Wind-Winkels
Werkvormen
  • Action learning
  • Hoorcollege
  • Opdracht
  • Practicum / Training
  • Simulatie
Toetsen
  • (Hand)schrifteducatie - Opdracht
  • Bewegen in de schoolomgeving - Opdracht
  • Bewegingsonderwijs in groep 1-2 - Opdracht

Leeruitkomsten

In deze cursus werkt de student aan vijf leeruitkomsten:

CLU 1

De student ontwerpt een (hoeken)les bewegingsonderwijs voor groep 1-2 vanuit een actuele methode die bestaat uit meerdere gelijktijdig gedifferentieerde bewegingsactiviteiten, waarbij rekening gehouden wordt met een veilige organisatie waarin leren bewegen, samen bewegen en betrokken bewegen gestimuleerd wordt.
CLU 2
De student voert de ontworpen (hoeken)les bewegingsonderwijs voor groep 1-2 uit, maakt gebruik van instructieprincipes en observatierichtlijnen en past deze toe t.b.v. het (motorisch)leren, waarbij rekening gehouden wordt met een veilige organisatie waarin beleven, bewegen en reguleren gestimuleerd wordt.

CLU 3
De student analyseert beleid in de stageschool op het domein van Bewegen in de schoolomgeving aan de hand van de principes van de dynamische schooldag en onderbouwt de eigen visie op basis van deze analyse met passende bronnen.
​
CLU 4
De student ontwerpt een brede context activiteit voor een groep leerlingen waarin één of meerdere van de volgende bouwstenen van de dynamische schooldag zichtbaar zijn, namelijk: bewegen om te leren, bewegen tijdens het leren en bewegen tussen het leren.
 
CLU 5
De student beheerst de eigen grafische schrijfvaardigheid die nodig is in de verschillende groepen van het primair onderwijs en kan daarbij schriftsoorten gericht inzetten en daarop feedback geven en ontvangen: verbonden (methodisch) schrift, onverbonden (methodisch) schrift en lerarenhandschrift, passend bij methodes, schriftdragers en het ontwikkelingsniveau van de (doel)groep.

Inhoud

Binnen het onderdeel bewegingsonderwijs groep 1-2 ontwerpt de student lessen bewegingsonderwijs voor groep 1-2 en voert deze deels uit in de beroepspraktijk. Studenten tonen hun handelingsbekwaamheid aan m.b.t. het voorbereiden en uitvoeren van lessen bewegingsonderwijs aan groep 1-2. Het ontvangen van feedback, evalueren en reflecteren zijn onlosmakelijk verbonden met het leren lesgeven.

In het opleidingsonderwijs en de toetsing ligt de nadruk op het doelgericht pedagogisch en organisatorisch-didactisch handelen tijdens de lessen bewegingsonderwijs aan groep 1-2. Hiervoor worden in voorbeeld praktijk- en theoriecolleges didactische tools aangereikt die de student in de beroepspraktijk uitprobeert en evalueert, waardoor hij beter leert lesgeven. Het aansluiten op de beleef- bewegingswereld van kleuters is daarin van groot belang.

Ontwikkeling aantonen in het lesgeven in bewegingsonderwijs aan groep 1-2 betekent o.a. dat de student:

  • Zich handelingsbekwaam voelt m.b.t. het veilig kunnen organiseren van (hoeken)lessen bewegingsonderwijs.
  • In staat is het motorisch leren te sturen door effectieve leerhulp te bieden en leerlingen de ruimte te geven om te ontdekken en te experimenteren.
  • Het lesontwerp is een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de leeruitkomsten en zal voorzien worden van (peer)feedback.



Binnen het onderdeel bewegen in de schoolomgeving analyseert de student het beleid in de school op het domein ‘bewegen in de schoolomgeving’ a.d.h.v. de principes van de dynamische schooldag. De student ontwerpt vervolgens lessen vanuit deze principes (bewegen om te leren, bewegen tijdens het leren en bewegen tussen het leren) en voert deze uit in de beroepspraktijk. Studenten tonen hun handelingsbekwaamheid aan d.m.v. de analyse in de beroepspraktijk en de voorbereiding en uitvoering van de lessen.

In het opleidingsonderwijs en de toetsing ligt de nadruk op het doelgericht pedagogisch en organisatorisch-didactisch handelen tijdens de lessen en de koppeling met de principes van de dynamische schooldag vanuit analyse. Hiervoor worden in voorbeeld praktijk- en theoriecolleges didactische tools aangereikt die de student in de beroepspraktijk uitprobeert en evalueert, waardoor hij beter leert lesgeven.

Ontwikkeling aantonen in het lesgeven aan de hand van de principes van de dynamische schooldag betekent o.a. dat de student:

  • Zich handelingsbekwaam voelt m.b.t. het geven van dynamische lessen in de schoolomgeving.
  • De principes van de dynamische schooldag kan koppelen aan de lessen.
  • Het lesontwerp is een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de leeruitkomsten en zal voorzien worden van (peer)feedback.



Binnen het onderdeel handschriftonderwijs en schrifteducatie oefent de student de eigen grafische schrijfvaardigheid die nodig is in de verschillende groepen van het primair onderwijs en kan daarbij schriftsoorten gericht inzetten en daarop feedback geven en ontvangen. Studenten oefenen met verbonden (methodisch) schrift, onverbonden (methodisch) schrift en lerarenhandschrift, passend bij methodes, schriftdragers en het ontwikkelingsniveau van de (doel)groep. Aan het einde van de cursus tonen studenten hun ontwikkeling in hun handschrift aan op bord en papier. Er wordt gebruik gemaakt van (peer)feedback.

Ontwikkeling aantonen in het lesgeven met gebruik van grafische schrijfvaardigheidsprincipes betekent o.a. dat de student:

  • Zich handelingsbekwaam voelt in het demonstreren van de eigen schrijfvaardigheid, te weten:
    • Een verbonden (methodisch) schrift op bord en papier
    • Een onverbonden (methodisch) schrift op bord en papier

Opgenomen in opleiding(en)

School(s)

  • Welzijn, Educatie & Sport