Vak: Professionele identiteitsontwikkeling bachelor niveau 2 credits: 5
- Vakcode
- HVMB25PIO
- Naam
- Professionele identiteitsontwikkeling bachelor niveau 2
- Studiejaar
- 2025-2026
- ECTS credits
- 5
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- M.J. van Nieuwenhoven-Potze
- Werkvormen
-
- Action learning
- Opdracht
- Toetsen
-
- Midterm pleidooi - Portfolio assessment
- Verpleegkundig pleidooi - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
| Deskundigheidsgebied | Niveau | Omschrijving |
| 6. Professionele identiteitsontwikkeling | Niveau 1 en 2 | De beginnende beroepsbeoefenaar toont verpleegkundig leiderschap, professioneel gedrag, onderzoekende houding en morele sensitiviteit binnen het verpleegkundig handelen om de persoonlijke en professionele (identiteit) ontwikkeling (en positionering binnen de organisatie) te versterken. |
| 6. Professionele identiteitsontwikkeling | Niveau 1 en 2 | De beginnende beroepsbeoefenaar reflecteert op betekenisvolle situaties ten aanzien van de persoonlijke en professionele (identiteit) ontwikkeling. |
Indicatoren
| Beschrijving |
| 6.1 Neemt initiatief in het voeren van regie over de zorgverlening aan de zorgvrager en diens naasten vanuit vakinhoudelijke deskundigheid en werkt hierin interprofessioneel samen (BN2020). |
| 6.2 Handelt naar de professionele standaard, wet- en regelgeving, de beroepscode en neemt verantwoordelijkheid voor eigen handelen (BN2020). |
| 6.3 Toont een kritische onderzoekende en reflectieve (basishouding) en verantwoord het handelen vanuit verschillende (wetenschappelijke) kennisbronnen (BN2020). |
| 6.4 Toont compassie voor de wensen en noden en daarbij behorende emoties van de zorgvrager en diens naasten en kan een relatie leggen met de moreel-ethische context van de zorgverlening (BN2020). |
| 6.5A DT Reflecteert methodisch op betekenisvolle situaties waarbij opgedane inzichten leiden tot het experimenteren van nieuw gedrag (BN2020). |
| 6.5B DT Reflecteert op het handelen dat gericht is op durven, willen en zijn, dit is onderdeel van een duurzame ontwikkeling (BN2020). |
Inhoud
De begeleiding van de persoonlijke en professionele (identiteits-) ontwikkeling vindt plaats binnen modules die de student op dat moment volgt en binnen de gesprekken met de studentbegeleider (SB’er). Binnen de modules staan verschillende thema's centraal die gekoppeld zijn aan de kernbegrippen verpleegkundig leiderschap, morele sensitiviteit, professioneel gedrag en onderzoekende houding. Daarnaast is er binnen de gesprekken met de studentbegeleider aandacht voor studie- en loopbaankeuzes, studievaardigheden en thema's gericht op studentenwelzijn.
Binnen de module bijeenkomsten stelt de student op basis van de ontwikkelscan de leerdoelen vast en presenteert deze aan de medestudenten en docent. Gedurende de module verzamelt de student feedback op de persoonlijke leerdoelen en neemt deze op in het portfolio.
De professionele reflectie wordt aangeleerd middels een doorlopende reflectielijn, deze wordt aangeboden binnen de modules en kent een opbouw in niveau van reflecteren. Gedurende elk semester levert de student twee reflecties aan over situaties die voor de student betekenisvol zijn geweest en bijdragen aan de persoonlijke en professionele identiteitsontwikkeling.
Deze reflecties worden door de docent van de module beoordeeld. Alle reflectie-producten worden, inclusief verkregen beoordeling en feedback, opgenomen in het portfolio en de leerresultaten van deze reflecties dienen als input voor het midterm- en verpleegkundig pleidooi.
Competentie beheersingsniveau 1 (CBN, 2022)
Binnen het eerste niveau is sprake van een midden-complexe context, waarbij de focus ligt op het methodisch toepassen van kennis en vaardigheden a.d.h.v. richtlijnen en protocollen in variërende maar soortgelijke situaties. De aard van de taak is gestructureerd waarbij bekende methoden worden toegepast.
De student leert zijn/haar eigen leren te sturen (zelfsturing) op het gebied van planning, motivatie en reflectie. Reflectie is gericht op het weten en begrijpen met de focus op vernieuwing. De begeleiding hierbij is gericht op toenemende zelfsturing.
Competentie beheersingsniveau 2 (CBN, 2022)
Binnen het tweede niveau is er sprake van een complexe context, waarbij de focus ligt op het methodisch handelen in onvoorspelbare, complexe situaties. De aard van de taak is complex en ongestructureerd. De focus ligt op studentgestuurd onderwijs waarbij meer op aanvraag begeleid zal worden. Het handelen vindt zoveel mogelijk zelfstandig plaats met argumentatie achteraf. De studenten worden gestimuleerd op het zelfstandig toepassen van (strategische) planning, self-efficacy, motivatie en reflectie. De reflectie op het handelen is gericht op durven, willen en zijn, waarbij de focus ligt op een duurzame ontwikkeling.
Toetsing
In deze module worden de competenties beoordeeld op basis van de twee leeruitkomsten. Op twee momenten vindt de toetsing plaats: aan het einde van niveau 1 door het afnemen van een midterm pleidooi en aan het eind van niveau 2 door het afnemen van een verpleegkundig pleidooi. Het pleidooi wordt gehouden op basis van een samengesteld portfolio. In dit portfolio zijn van elk semester de volgende verplichte onderdelen opgenomen: de beoordeelde reflecties, een ingevulde ontwikkelscan, de persoonlijke leerdoelen en 360 graden feedback gericht op deze persoonlijke leerdoelen. Om deel te kunnen nemen aan beide pleidooien moeten minimaal twee van alle beoordeelde reflecties op voldoende niveau beoordeeld zijn.
Binnen het midterm pleidooi wordt de voortgang met betrekking tot beide leeruitkomsten besproken. De student blikt hierbij terug op de persoonlijke en professionele ontwikkeling die tot dan toe is doorgemaakt. Ook wordt vooruitgeblikt op welke ontwikkeling de student wil gaan doormaken om uiteindelijk als hbo-verpleegkundige af te studeren.
Binnen het verpleegkundig pleidooi presenteert de student welke persoonlijke en professionele ontwikkeling de student heeft doorgemaakt tijdens de opleiding en hoe dit de student tot een beginnend hbo-verpleegkundige heeft gevormd. De credits worden toegekend wanneer het portfolio met de verplichte bewijsstukken tijdig is ingeleverd voor zowel het midterm- als verpleegkundig pleidooi, en nadat beide gesprekken hebben plaatsgevonden. De midterm en het pleidooi worden afgenomen door een bevoegd examinator, anders dan de studentbegeleider.
Toelichting
Voor zowel het midterm pleidooi als het verpleegkundig pleidooi levert de student een portfolio met daarin de onderstaande bewijsstukken.
Zoals in onderstaand overzicht bij toetsing beschreven staat, wordt voor het goed afronden van het midterm pleidooi 2 EC’s als deeltoets toegekend en voor het goed afronden van het verpleegkundig pleidooi wordt 3EC’s als deeltoets toegekend. Bij het toekennen van deze laatste 3EC’s wordt in Osiris de volledige 5EC uitgekeerd.
Validering dan wel leerwegonafhankelijk toetsen: Als een student op een andere manier (een of meerdere onderdelen van) de leeruitkomsten kan aantonen, dan hierboven beschreven, dient de student in overleg met de examinator validering/leerwegonafhankelijke toetsing aan te vragen. De student dient dan aan de hand van bewijsstukken de leeruitkomsten aan te tonen en deze in te dienen bij de examinator.
| Naam | Weging | ECTS | Toetsvorm | Beoordelingsschaal | Bewijsstukken |
| TOETS-01 - Midterm pleidooi | 1 | 2 | Portfolio assessment | A/NA |
|
| TOETS-02 - Verpleegkundig pleidooi | 1 | 3 | Portfolio assessment | A/NA |
|
Toelichting toets(en)
TOETS-01 - Midterm pleidooi
Binnen het midterm pleidooi wordt de voortgang met betrekking tot beide leeruitkomsten besproken. De student blikt hierbij terug op de persoonlijke en professionele ontwikkeling die tot dan toe is doorgemaakt. Ook wordt vooruitgeblikt op welke ontwikkeling doorgemaakt zal worden om als hbo-verpleegkundige af te studeren. De midterm wordt afgenomen door een bevoegd examinator, anders dan de studentbegeleider.
TOETS-02 - Verpleegkundig pleidooi
Binnen het verpleegkundig pleidooi presenteert de student welke persoonlijke en professionele ontwikkeling deze heeft doorgemaakt tijdens de opleiding en hoe de student zich heeft gevormd tot de beginnend hbo-verpleegkundige. Het pleidooi wordt afgenomen door een bevoegd examinator, anders dan de studentbegeleider.
Bewijsstukken
Ontwikkelscan
Individueel product
De student vult elk semester een ontwikkelscan in. Deze scan is gebaseerd op de hbo competenties, Icoms en de volgende kernbegrippen; verpleegkundig leiderschap, professioneel gedrag, professionele reflectie, morele sensitiviteit, onderzoekende houding.
In het pleidooi wordt de ontwikkeling ten aanzien van deze kernbegrippen besproken. Hiermee worden de indicatoren 6.1, 6.2, 6.3 en 6.4 geborgd.
Beoordeelde reflecties
Individueel product
Aan het eind van elk semester heeft de student twee reflecties aangeleverd op voor de student betekenisvolle situaties die bijdragen aan zijn/haar persoonlijke en professionele identiteitsontwikkeling. Deze reflecties worden door de docent van de module beoordeeld aan de hand van de daarvoor geformuleerde rubric. Op niveau 1 is de reflectie gericht op het weten en begrijpen met de focus op vernieuwing. Op niveau 2 is de reflectie op het handelen gericht op durven, willen en zijn, waarbij de focus ligt op een duurzame ontwikkeling. Om deel te kunnen nemen aan zowel het midterm,- als het verpleegkundig pleidooi moeten minimaal twee van de beoordeelde reflecties op voldoende niveau beoordeeld zijn. In het pleidooi geeft de student daarnaast inzicht in tenminste twee betekenisvolle situaties en het daarin geleerde tijdens de opleiding. Hiermee worden de twee indicatoren ten aanzien van reflectie 6.5A en 6.5B geborgd.
Persoonlijke leerdoelen
Individueel product
Op basis van de ontwikkelscan, 360 feedback en de reflecties stelt de student persoonlijke leerdoelen op waar gedurende het semester aan wordt gewerkt en feedback op wordt verzameld.
360 Graden feedback
Individueel product
De student vraagt gedurende het semester 360 feedback op de persoonlijke leerdoelen. Deze feedback komt van mede-studenten, werkbegeleiders, collega's en/of experts uit de praktijk.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Academie voor Verpleegkunde