Vak: Module 6: Praktijkgericht onderzoeken en beoordelen van gedrag credits: 30
- Vakcode
- TPDB22INSTR
- Naam
- Module 6: Praktijkgericht onderzoeken en beoordelen van gedrag
- Studiejaar
- 2025-2026
- ECTS credits
- 30
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- I. Noback
- Werkvormen
-
- Gastcollege
- Hoorcollege
- Leergemeenschap
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Praktijkgericht onderzoeken en beoordelen van gedrag - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
In deze module staan de competenties ‘praktijkgericht onderzoeken’ (niveau C) en ‘beoordelen van gedrag’ (niveau C) centraal. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de ‘body of knowledge’ en de deelcompetenties ‘helder denken’ en ‘kritisch brongebruik’ (niveau B).
Leeruitkomsten
De student werkt in een duo aan een arbeid en organisatievraagstuk uit de eigen werkomgeving. Het duo ontwerpt een onderzoeksdesign en voert dat verantwoord uit om te komen tot een verbeteradvies of ontwerp. Binnen dat organisatievraagstuk wordt tevens een assessmentprocedure of diagnostisch instrument ontworpen/verbeterd. Deze wordt getest en geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
Professioneel werken VI (LO1): Helder denken en Kritisch brongebruik
Helder denken: De student formuleert de inhoud van het portfolio eenduidig en consistent. De uitwerking en onderbouwing van het portfolio moet voorzien zijn van logische argumentatie. Het taalgebruik is eenduidig en efficiënt.
Kritisch brongebruik: De student schat beschikbare informatie, wetenschap en specifieke theorieën op hun waarde en kan hypes van evidence-based methoden onderscheiden. De student is in staat kennis uit verschillende bronnen methodisch te ontsluiten en toe te passen.
Theorie van Praktijkgericht onderzoeken en beoordelen van gedrag (LO2)
De student gebruikt theorieën en concepten uit de Arbeids- en organisatiepsychologie, Assessmentpsychologie en Praktijkgericht onderzoeken bij het ontwerpen/verbeteren, uitvoeren en evalueren van een praktijkgericht onderzoek en een assessmentprocedure/diagnostisch instrument.
Praktijkgericht onderzoeken: analyse (LO3), ontwerp (LO4), uitvoering (LO5), evaluatie (LO6)
LO3: De student maakt onder begeleiding een analyse van een praktijkprobleem of vraag uit de praktijk. Onderdeel van deze analyse is een verkennende literatuurstudie die aansluit op het praktijkvraagstuk. De analyse wordt afgesloten met een goed afgebakende en passende doelstelling en bijbehorende onderzoeksvraag(en).
LO4: De student maakt (rekening houdend met sociaal maatschappelijke, wetenschappelijke en ethische verantwoordelijkheden) onder begeleiding een passende keuze voor een methode, onderbouwt deze en werkt deze op navolgbare wijze uit .
LO5: De student voert op zelfstandige wijze de methode adequaat uit en analyseert en beschrijft de verzamelde gegevens op correcte wijze.
LO6: De student trekt passende conclusies in de context van de literatuur. De conclusies worden gevolgd door een kritische discussie van het onderzoek op basis waarvan onderbouwde aanbevelingen worden gedaan. De aanbevelingen zijn passend en overtuigend en afgestemd op de wensen van de opdrachtgever.
Beoordelen van gedrag: analyse (LO3), ontwerp (LO4), uitvoering (LO5), evaluatie (LO6)
LO3: De student maakt onder begeleiding een analyse van de context en komt op basis hiervan tot een vraagstelling, hypotheses en een passend ontwerp voor psychologisch onderzoek. De student vertaalt deze bevindingen naar een voor een assessment geschikte onderzoeksvraag. De student verantwoordt wat maakt dat deze aspecten d.m.v. beoordelen van gedrag en/of assessen in kaart te brengen zijn.
LO4: De student maakt op basis van de assessmentvraag uit de beschikbare instrumenten (interview, observatie, testen, vragenlijsten, praktijksimulaties en dossieronderzoek) een juiste keuze van instrumenten en verantwoordt deze keuze inzake een onderzoek bij een respondent/cliënt.
LO5: De student voert de ontworpen procedure op de voorgeschreven, correcte wijze uit door informatie over de kandidaat te verzamelen met behulp van observaties, gesprekken/interviews, psychologische testen, vragenlijsten en simulaties. De Student voert een onderzoek op deskundige wijze uit en biedt de respondent/cliënt daarbij een situatie waarin deze zich gestimuleerd voelt optimaal te presteren.
LO6: De student verwerkt de door de instrumenten verzamelde informatie aan de hand van reeds aangeleerde methoden tot inhoudelijk betekenisvolle resultaten, beantwoordt daarmee de assessmentvraag (komt tot conclusies) en rapporteert deze schriftelijk en mondeling. De Student reflecteert kritisch op het eigen handelen in psychologisch onderzoek.
Inhoud
In deze module ga je samen met een partner aan de slag met een arbeids- en organisatievraagstuk uit de eigen werkomgeving. Er zijn veel mogelijkheden voor een arbeids- en organisatievraagstuk, afhankelijk van de werkomgeving en eigen interesse. Voorbeelden van vraagstukken zijn het ontwikkelen van een tool voor een voortgangsgesprek, advies over terugdringen van werkdruk of advies over het bevorderen van doorstroom.
Om het vraagstuk op te lossen ga je aan de slag met een opdracht bestaande uit een deel gericht op Praktijkgericht onderzoek (PGO) en een deel gericht op Beoordelen van gedrag (BOGE). Bij het onderzoeksproject ga je bijvoorbeeld aan de slag met het maken van een ontwerp van een tool voor het houden van voortgangsgesprekken en daarnaast ontwerp je een selectieassessment met als doel een nieuwe HR-medewerker aan te trekken die de gesprekken kan gaan voeren. De leeruitkomsten van beide onderdelen toon je aan middels een portfolioassessment inclusief gesprek.
Professioneel werken VI (LO1): Helder denken en Kritisch brongebruik
Bij het onderdeel Professioneel werken neem je deel in leerteams waarin de voortgang en vraagstukken rondom de beroepsproducten worden behandeld. Hierbij wordt aandacht besteed aan argumenteren, consistentie en brongebruik.
Theorie van Praktijkgericht onderzoeken en beoordelen van gedrag (LO2)
Bij het onderdeel Inspiratie- en expertcolleges krijg je van diverse sprekers de psychologische basiskennis aangeboden omtrent het opzetten, uitvoeren en rapporteren van onderzoeksproject (theorie van praktijkgericht onderzoeken) en rondom het opzetten, uitvoeren en rapporteren van een assessment (theorie van arbeid- en organisatiepsychologie).
Praktijkgericht onderzoeken
Het praktijkgericht onderzoek resulteert in een beroepsproduct dat kan bestaan uit een adviesrapport of een ontwerp. Dit onderzoek speelt zich af op mesoniveau. Om te komen tot een beroepsproduct doorloop je de gehele empirische cyclus. Je verzamelt data met passende meetinstrumenten en technieken, je analyseert de data en rapporteert de uitkomsten. Je formuleert tot slot bijpassende conclusies, kijkt kritisch naar wat je gedaan hebt en doet aanbevelingen.
Beoordelen van gedrag
Het beoordelen van gedrag bestaat uit het doorlopen van de diagnostische cyclus om inzichtelijk te maken hoe een nieuwe procedure/prototype/assessment-tool werkt bij een representatief persoon (mag een medestudent zijn). Dit onderzoek vindt plaats op microniveau en resulteert in een beroepsproduct in de vorm van een adviesrapport.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Academie voor Sociale Studies