Vak: Studio-Lab/Graduation Project credits: 25

Vakcode
VGVB25LSGP1
Naam
Studio-Lab/Graduation Project
Studiejaar
2025-2026
ECTS credits
25
Taal
Engels, Nederlands
Coördinator
M.F. Hamelynck
Werkvormen
  • Gastcollege
  • Individueel
  • Intervisie
  • Zelfstudie
Toetsen
  • afstudeerproject - Presentatie

Leeruitkomsten

Niveau Positionering (semester 8): De student toont instaat te zijn om zelfstandig ontwerpend en theoretisch onderzoek te doen, werk te realiseren en een eigen standpunt ten opzichte van het vakgebied te kunnen innemen.

1. ARTISTIEK CREËREN
De student kan een beeldend werkproces in gang zetten en werk maken waarin praktijkgericht onderzoek een plek heeft. Met het werk en met een werkwijze creëert de student betekenis.

De student zet intuïtie en verbeeldingskracht in tijdens het werk- en maakproces. In het werk wordt een verhaal, betekenis, manier van denken of ingrijpen manifest, en een eigen stem. De student heeft een sterk begrip van de werking en de zintuigelijke ervaringen die het werk oproept

Het omgaan met het niet-weten, het onverwachte, is inherent verbonden aan de praktijk van de kunstenaar of ontwerper. De student is in staat om twijfel en onzekerheid in grillige werkprocessen toe te laten en te gebruiken. Door om te gaan met risico’s in het werk ontwikkelt de student zelfvertrouwen om als kunstenaar/ontwerper in een beweeglijke wereld te werken.

De student gaat experimenterend en onderzoekend te werk. Al denkend, observerend, doende, makend, veranderend, (be)werkend ontwikkelt de student op eigen wijze (artistieke) methodes en strategieën en kan deze laten zien. Met behulp van een eigen werkwijze kan de student alternatieve oplossingsmogelijkheden, scenario’s, beelden en verhalen scheppen. De student kan eigen werk en werkwijze blijvend ontwikkelen, in een dynamisch werkgebied.

De student bekwaamt zich in relevante en uiteenlopende (digitale) media, technieken, materialen, ambachten en technologieën, ten behoeve van het werk en de ontwikkeling van een eigen positionering. De student toont ethisch bewustzijn ten aanzien van het gebruik van materiaal en technologie. In de keuzes in het werkproces laat de student zien zich bewust te zijn van de impact die het creëren en produceren van werk kan hebben op de omgeving.

2. ONDERZOEKEN EN REFLECTEREN
De student kan kritisch en vanuit meerdere perspectieven eigen werk en werkwijze en dat van anderen beschouwen. Daarmee kan de student het eigen ontwerper- of kunstenaarschap verdiepen, meer gelaagd maken en positioneren.

De student heeft grip op de manier waarop keuzes worden gemaakt in het werkproces en de persoonlijke waarden, vraagstellingen en ambities die deze keuzes sturen. De student kan de intuïtief ontstane of bewuste keuzes bespreken en relateren aan het werk, het publiek, de omgeving of de grotere context.
De student kan het werkproces documenteren. Daarmee ontwikkelt de student eigenaarschap over werk en werkwijze.

De student hanteert en ontwikkelt vanuit een open en experimentele houding artistieke onderzoeksmethodes om het werkproces te beïnvloeden en het werk inhoudelijk te verdiepen. De student maakt gebruik van bronnen en toont daarbij ethisch bewustzijn.
De student neemt initiatief om uitwisseling van feedback en inspiratie op te zoeken. Door in gesprek te gaan met anderen over artistieke methodieken en over inhoudelijke onderwerpen, vanuit interesses, positionering en/of vraagstelling, draagt de student bij aan een gesprek over het werk.

De student heeft een nieuwsgierige, onderzoekende en ondernemende houding naar andere perspectieven, werkpraktijken en manieren van denken. Door het delen van bevindingen met collega-studenten en met het werkveld bevraagt de student ook eigen denkwijzen, werkwijzen, werk en positionering.

3. VERBINDEN MET DE OMGEVING
De student positioneert zich als kunstenaar/ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de contexten waarin deze werkt.

De positionering van de student is weloverwogen en wordt belichaamd in het werk en werkwijze. Daartoe heeft de student onderzoek gedaan.
De student kan de waarde van deze positionering duidelijk maken in de context waarin de student werkt. De student kan weerbaar en wendbaar omgaan met veranderende omstandigheden en verschillende benaderingen van kunst maken en ontwerpen door open te staan voor nieuwe kennis, inzichten en vaardigheden en deze te verwerven.

De student zoekt op een eigen manier verbindingen met de omgeving ten behoeve van het werk en het werkproces, als methode van artistiek onderzoek.
De student kan perspectieven van anderen toelaten in het werk en werkproces en laat zich daardoor raken en inspireren. Dat kunnen bijvoorbeeld actuele ontwikkelingen in de samenleving zijn, activiteiten van collega-makers of bronnen uit het verleden.

Kunstenaars/ontwerpers werken in relatie tot en samen met anderen. Samenwerken, uitwisselen en communiceren zijn in het werkproces cruciaal. De student zoekt actief verbindingen met anderen om het werken verder te brengen. De student heeft zicht op diverse vormen van (collectieve) samenwerkingsverbanden, zowel binnen als buiten het eigen vakgebied.
In samenwerkingen kan de student een passende bijdrage leveren en een eigen stem laten horen, en inclusief omgaan met de verschillende rollen, verhoudingen, motivaties, verantwoordelijkheden, belangen, stemmen en specifieke kwaliteiten.

De student ontwikkelt inzicht in de rol die kunstenaars/ontwerpers kunnen hebben in eenvoudige, onderling afhankelijke systemen. De student onderzoekt de eigen rol als maker in werk- en productieprocessen en de implicaties hiervan voor de mens, milieu en
maatschappij. Hiermee scherpt de student het bewustzijn aan dat het eigen werk en werkproces deel uitmaken van een groter, ook internationaal, geheel: samenleving, natuur, geschiedenis. Daarnaast verhoudt de student zich met werk en werkwijze tot de wereld, waarbij o.a. ecologische, technologische, sociale en economische vraagstukken en transities een rol spelen.

4. WORKING IN A PRACTICE
The student is able to create conditions for his or her own work practice, in line with his/her own positioning. To this end, the student is able to organize and communicate with others.

Om als kunstenaar en ontwerper in de praktijk te kunnen werken, organiseert de student een passende werkomgeving. De student weet eigen werkprocessen te faciliteren en kan een veilig werkklimaat creëren. De student gaat wendbaar om met de fysieke en sociale werkomstandigheden en stelt waar nodig de condities van de werkomgeving bij.

Het vraagt zelfvertrouwen en lef om de juiste werkomstandigheden te creëren, tijd en artistieke vrijheid te claimen, over financiën te onderhandelen, initiatiefrijk en ondernemend te zijn, en een rol te nemen in samenwerkingen. De student heeft daar inzicht in en ontwikkelt vertrouwen in de eigen positionering, kwaliteiten en ambities.

Het vraagt ook inlevingsvermogen, inventiviteit en verbeeldingskracht, om mogelijkheden en kansen te zien in het werkveld en die aan te gaan. De student neemt initiatieven om tot werk te komen, bijvoorbeeld door opdrachten en projecten te initiëren en te verwerven, maar ook door gezamenlijk op te trekken, kennis uit te wisselen en tot nieuwe vormen van
werken en werkpraktijken te komen.

De student kan on- en offline communiceren over het eigen werk, werkwijze en positionering als onderdeel van een werkpraktijk. Ook kan de student inzage geven in het creatieve werkproces en in onderzoeksactiviteiten. De student maakt keuzes in wat, aan wie en op welke manier en met welke middelen gecommuniceerd wordt. Een eigen stem en beeldtaal vormen hier een integraal onderdeel van. De student speelt met en onderzoekt de gevolgen van de communicatie voor verschillende groepen.

Inhoud

Je ontwikkelt je afstudeerproject op basis van je eigen ontwerpdilemma. Je combineert twee methodes:
  • Je doet ontwerpend onderzoek op basis van jouw zelfgedefinieerde ontwerpdilemma. Hier weet je goede keuzes te maken in je ontwerpproces en zo tot je eigen concepten oplossingen in medium en vorm te komen (Studio).
  • Maken en experimenteren om je ontwerpen te ontwikkelen, vanuit  je eigen handschrift als ontwerper; de workshops spelen hierin een belangrijke rol (Lab).

In je afstudeerproject komen alle onderdelen samen: je vertaalt je ontwerpdilemma naar één of meerdere ontwerpen. Alle ontwerpen dienen in alle opzichten af te zijn, met dien verstande dat je voor de Graduation Show nog aan kleine details mag werken.
NB Location based ontwerpen, die alleen op de Graduation Show kunnen worden gerealiseerd, moeten zo goed mogelijk worden gepresenteerd: je vindt alternatieven om de beoogde ervaring te delen en/of maakt van mock-ups, maquettes of gedeeltelijke versies.