De bacheloropleiding Design omvat 240 ECTS-studiepunten (een eerstejaarsprogramma van 60 ECTS-studiepunten en een hoofdfaseprogramma van 180 ECTS-studiepunten). In vier jaar tijd leren studenten alles wat ze nodig hebben om als ontwerper te werken.
Alle vakken, behalve het eindexamen, binnen het Design programma worden beoordeeld met een V (voldoende - pass) of een O (onvoldoende - fail).
Het programma bestaat uit verplichte onderwijseenheden en keuze-eenheden en is gericht op professionele ontwikkeling:
- In het eerste jaar ontwikkelen studenten een brede kijk op Design in algemene zin. De propedeuse bestaat uit vijf blokken. Elk blok richt zich op een van de majors.
- Tijdens de hoofdfase kiezen studenten hun eigen route. Dit kan een route zijn gericht op een bepaald medium, waarbij ze kunnen kiezen uit 6 majors. In het 6e profiel ''Offroad'' kunnen studenten maximaal drie profielen combineren tot een multidisciplinair profiel.
- In het derde jaar testen studenten ook hun individualiteit in de praktijk tijdens een periode van zes maanden met een van de volgende opties: een stage, een internationale uitwisseling, praktijkprojecten, een onderzoeksproject of een minor.
- Het vierde jaar is het afstudeerjaar waarin ze zich verder positioneren en afstuderen als designer. Ze werken toe naar een gezamenlijke eindexamententoonstelling met het werk van alle andere examenkandidaten.
De student heeft de major Off Road Design afgerond: Het studieprogramma Off Road Design richt zich op het ontwikkelen van een zelfstandig ontwerp- portfolio. De studie biedt de student de mogelijkheid om een zelfstandige route te ontwikkelen door de ontwerpprogramma's van de opleiding Vormgeving. De student heeft het werkveld van art & design verkend en onderzocht, los van een specifiek medium. De student draagt bij aan de ontwikkeling van nieuwe ontwerpgebieden.
De opleiding voorziet de student van de competenties die nodig zijn voor een professional op het gebied van Design, zoals hieronder vermeld:
1. ARTISTIC CREATION - The student can initiate a visual work process and create work in which practice-oriented research has a place. With the work and with a working method, the student creates meaning.
2. RESEARCH AND REFLECTION - The student is able to critically and from multiple perspectives consider their own work and working method and that of others. This allows the student to deepen their own design or artistry, make it more layered and position.
3. CONNECTING WITH THE ENVIRONMENT - The student takes position as an artist/designer, both in terms of content and relation, in the (international) contexts in which they work.
4. WORKING IN A PRACTICE - The student is able to create conditions for his or her own work practice, in line with his/her own positioning. To this end, the student is able to organize and communicate with others.