Vak: Studio 2 Illustration credits: 10

Vakcode
VGVB25SIL2
Naam
Studio 2 Illustration
Studiejaar
2025-2026
ECTS credits
10
Taal
Engels, Nederlands
Coördinator
H.G. Briër
Werkvormen
  • Intervisie
  • Opdracht
  • Werkcollege
  • Zelfstudie
Toetsen
  • TOETS-01 - Werkbespreking

Leeruitkomsten

Niveau Verdieping (semester 3-7): De student geeft inzicht in het belang van ontwerpend en theoretisch onderzoek en experiment voor het verwerven van kennis en vaardigheden en slaagt erin dit vorm te geven.

1. ARTISTIEK CREËREN
De student kan een beeldend werkproces in gang zetten en werk maken waarin praktijkgericht onderzoek een plek heeft. Met het werk en met een werkwijze creëert de student betekenis.

De student zet intuïtie en verbeeldingskracht in tijdens het werk- en maakproces. In het werk wordt een verhaal, betekenis, manier van denken of ingrijpen manifest, en een eigen stem. De student heeft een sterk begrip van de werking en de zintuigelijke ervaringen die het werk oproept

De student gaat experimenterend en onderzoekend te werk. Al denkend, observerend, doende, makend, veranderend, (be)werkend ontwikkelt de student op eigen wijze (artistieke) methodes en strategieën en kan deze laten zien. Met behulp van een eigen werkwijze kan de student alternatieve oplossingsmogelijkheden, scenario’s, beelden en verhalen scheppen. De student kan eigen werk en werkwijze blijvend ontwikkelen, in een dynamisch werkgebied.

2. ONDERZOEKEN EN REFLECTEREN
De student kan kritisch en vanuit meerdere perspectieven eigen werk en werkwijze en dat van anderen beschouwen. Daarmee kan de student het eigen ontwerper- of kunstenaarschap verdiepen, meer gelaagd maken en positioneren.

De student heeft grip op de manier waarop keuzes worden gemaakt in het werkproces en de persoonlijke waarden, vraagstellingen en ambities die deze keuzes sturen. De student kan de intuïtief ontstane of bewuste keuzes bespreken en relateren aan het werk, het publiek, de omgeving of de grotere context.
De student kan het werkproces documenteren. Daarmee ontwikkelt de student eigenaarschap over werk en werkwijze.

3. VERBINDEN MET DE OMGEVING
De student positioneert zich als kunstenaar/ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de contexten waarin deze werkt.

De student ontwikkelt inzicht in de rol die kunstenaars/ontwerpers kunnen hebben in eenvoudige, onderling afhankelijke systemen. De student onderzoekt de eigen rol als maker in werk- en productieprocessen en de implicaties hiervan voor de mens, milieu en maatschappij. Hiermee scherpt de student het bewustzijn aan dat het eigen werk en werkproces deel uitmaken van een groter, ook internationaal, geheel: samenleving, natuur, geschiedenis. Daarnaast verhoudt de student zich met werk en werkwijze tot de wereld, waarbij o.a. ecologische, technologische, sociale en economische vraagstukken en transities een rol spelen.

Inhoud

NB Deze onderwijseenheid wordt in het Engels aangeboden; op individueel niveau kunnen studenten in het Nederlands werken.

Je werkt aan het design dilemma dat je docenten hebben geformuleerd op basis van de competenties van dit semester, en de inhoud die hieronder staat.

Studio: Je doet ontwerpend onderzoek op basis van (fictieve) ontwerpdilemma's. Hier ontdek je hoe je goede keuzes maakt in je ontwerpproces en zo tot je eigen concepten en oplossingen komt in medium en vorm.

Thema sem 4: Je werkt aan Smaller and Bigger Projects, verdiept je in je begrip van storytelling en de mogelijkheden ervan, waarbij je beelden combineert in grotere narratieve structuren. Je ontdekt dat de wisselwerking tussen wat je maakt en hoe dat wordt gelezen door je publiek onderdeel wordt van je proces. Je begint je eigen auteurschap als maker te vinden, nog steeds met behulp van verschillende media, materialen en technieken.