Vak: Studio-Lab/Defining your Graduation Project credits: 15
- Vakcode
- VGVB25SLB4
- Naam
- Studio-Lab/Defining your Graduation Project
- Studiejaar
- 2025-2026
- ECTS credits
- 15
- Taal
- Engels, Nederlands
- Coördinator
- M.F. Hamelynck
- Werkvormen
-
- Intervisie
- Opdracht
- Zelfstudie
- Toetsen
-
- Laboratory 4 & Studio 4 - Presentatie
Leeruitkomsten
Niveau Verdiepend (semester 3-7): De student geeft inzicht in het belang van ontwerpend en theoretisch onderzoek en experiment voor het verwerven van kennis en vaardigheden en slaagt erin dit vorm te geven.
1. ARTISTIEK CREËREN
De student kan een beeldend werkproces in gang zetten en werk maken waarin praktijkgericht onderzoek een plek heeft. Met het werk en met een werkwijze creëert de student betekenis.
De student zet intuïtie en verbeeldingskracht in tijdens het werk- en maakproces. In het werk wordt een verhaal, betekenis, manier van denken of ingrijpen manifest, en een eigen stem. De student heeft een sterk begrip van de werking en de zintuigelijke ervaringen die het werk oproept
Het omgaan met het niet-weten, het onverwachte, is inherent verbonden aan de praktijk van de kunstenaar of ontwerper. De student is in staat om twijfel en onzekerheid in grillige werkprocessen toe te laten en te gebruiken. Door om te gaan met risico’s in het werk ontwikkelt de student zelfvertrouwen om als kunstenaar/ontwerper in een beweeglijke wereld te werken.
De student gaat experimenterend en onderzoekend te werk. Al denkend, observerend, doende, makend, veranderend, (be)werkend ontwikkelt de student op eigen wijze (artistieke) methodes en strategieën en kan deze laten zien. Met behulp van een eigen werkwijze kan de student alternatieve oplossingsmogelijkheden, scenario’s, beelden en verhalen scheppen. De student kan eigen werk en werkwijze blijvend ontwikkelen, in een dynamisch werkgebied.
De student bekwaamt zich in relevante en uiteenlopende (digitale) media, technieken, materialen, ambachten en technologieën, ten behoeve van het werk en de ontwikkeling van een eigen positionering. De student toont ethisch bewustzijn ten aanzien van het gebruik van materiaal en technologie. In de keuzes in het werkproces laat de student zien zich bewust te zijn van de impact die het creëren en produceren van werk kan hebben op de omgeving.
2. ONDERZOEKEN EN REFLECTEREN
De student kan kritisch en vanuit meerdere perspectieven eigen werk en werkwijze en dat van anderen beschouwen. Daarmee kan de student het eigen ontwerper- of kunstenaarschap verdiepen, meer gelaagd maken en positioneren.
De student heeft grip op de manier waarop keuzes worden gemaakt in het werkproces en de persoonlijke waarden, vraagstellingen en ambities die deze keuzes sturen. De student kan de intuïtief ontstane of bewuste keuzes bespreken en relateren aan het werk, het publiek, de omgeving of de grotere context.
De student kan het werkproces documenteren. Daarmee ontwikkelt de student eigenaarschap over werk en werkwijze
3. VERBINDEN MET DE OMGEVING
De student positioneert zich als kunstenaar/ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de contexten waarin deze werkt.
De positionering van de student is weloverwogen en wordt belichaamd in het werk en werkwijze. Daartoe heeft de student onderzoek gedaan.
De student kan de waarde van deze positionering duidelijk maken in de context waarin de student werkt. De student kan weerbaar en wendbaar omgaan met veranderende omstandigheden en verschillende benaderingen van kunst maken en ontwerpen door open te staan voor nieuwe kennis, inzichten en vaardigheden en deze te verwerven.
Kunstenaars/ontwerpers werken in relatie tot en samen met anderen. Samenwerken, uitwisselen en communiceren zijn in het werkproces cruciaal. De student zoekt actief verbindingen met anderen om het werken verder te brengen. De student heeft zicht op diverse vormen van (collectieve) samenwerkingsverbanden, zowel binnen als buiten het eigen vakgebied.
In samenwerkingen kan de student een passende bijdrage leveren en een eigen stem laten horen, en inclusief omgaan met de verschillende rollen, verhoudingen, motivaties, verantwoordelijkheden, belangen, stemmen en specifieke kwaliteiten.
De student ontwikkelt inzicht in de rol die kunstenaars/ontwerpers kunnen hebben in eenvoudige, onderling afhankelijke systemen. De student onderzoekt de eigen rol als maker in werk- en productieprocessen en de implicaties hiervan voor de mens, milieu en
maatschappij. Hiermee scherpt de student het bewustzijn aan dat het eigen werk en werkproces deel uitmaken van een groter, ook internationaal, geheel: samenleving, natuur, geschiedenis. Daarnaast verhoudt de student zich met werk en werkwijze tot de wereld, waarbij o.a. ecologische, technologische, sociale en economische vraagstukken en transities een rol spelen.
1. ARTISTIEK CREËREN
De student kan een beeldend werkproces in gang zetten en werk maken waarin praktijkgericht onderzoek een plek heeft. Met het werk en met een werkwijze creëert de student betekenis.
De student zet intuïtie en verbeeldingskracht in tijdens het werk- en maakproces. In het werk wordt een verhaal, betekenis, manier van denken of ingrijpen manifest, en een eigen stem. De student heeft een sterk begrip van de werking en de zintuigelijke ervaringen die het werk oproept
Het omgaan met het niet-weten, het onverwachte, is inherent verbonden aan de praktijk van de kunstenaar of ontwerper. De student is in staat om twijfel en onzekerheid in grillige werkprocessen toe te laten en te gebruiken. Door om te gaan met risico’s in het werk ontwikkelt de student zelfvertrouwen om als kunstenaar/ontwerper in een beweeglijke wereld te werken.
De student gaat experimenterend en onderzoekend te werk. Al denkend, observerend, doende, makend, veranderend, (be)werkend ontwikkelt de student op eigen wijze (artistieke) methodes en strategieën en kan deze laten zien. Met behulp van een eigen werkwijze kan de student alternatieve oplossingsmogelijkheden, scenario’s, beelden en verhalen scheppen. De student kan eigen werk en werkwijze blijvend ontwikkelen, in een dynamisch werkgebied.
De student bekwaamt zich in relevante en uiteenlopende (digitale) media, technieken, materialen, ambachten en technologieën, ten behoeve van het werk en de ontwikkeling van een eigen positionering. De student toont ethisch bewustzijn ten aanzien van het gebruik van materiaal en technologie. In de keuzes in het werkproces laat de student zien zich bewust te zijn van de impact die het creëren en produceren van werk kan hebben op de omgeving.
2. ONDERZOEKEN EN REFLECTEREN
De student kan kritisch en vanuit meerdere perspectieven eigen werk en werkwijze en dat van anderen beschouwen. Daarmee kan de student het eigen ontwerper- of kunstenaarschap verdiepen, meer gelaagd maken en positioneren.
De student heeft grip op de manier waarop keuzes worden gemaakt in het werkproces en de persoonlijke waarden, vraagstellingen en ambities die deze keuzes sturen. De student kan de intuïtief ontstane of bewuste keuzes bespreken en relateren aan het werk, het publiek, de omgeving of de grotere context.
De student kan het werkproces documenteren. Daarmee ontwikkelt de student eigenaarschap over werk en werkwijze
3. VERBINDEN MET DE OMGEVING
De student positioneert zich als kunstenaar/ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de contexten waarin deze werkt.
De positionering van de student is weloverwogen en wordt belichaamd in het werk en werkwijze. Daartoe heeft de student onderzoek gedaan.
De student kan de waarde van deze positionering duidelijk maken in de context waarin de student werkt. De student kan weerbaar en wendbaar omgaan met veranderende omstandigheden en verschillende benaderingen van kunst maken en ontwerpen door open te staan voor nieuwe kennis, inzichten en vaardigheden en deze te verwerven.
Kunstenaars/ontwerpers werken in relatie tot en samen met anderen. Samenwerken, uitwisselen en communiceren zijn in het werkproces cruciaal. De student zoekt actief verbindingen met anderen om het werken verder te brengen. De student heeft zicht op diverse vormen van (collectieve) samenwerkingsverbanden, zowel binnen als buiten het eigen vakgebied.
In samenwerkingen kan de student een passende bijdrage leveren en een eigen stem laten horen, en inclusief omgaan met de verschillende rollen, verhoudingen, motivaties, verantwoordelijkheden, belangen, stemmen en specifieke kwaliteiten.
De student ontwikkelt inzicht in de rol die kunstenaars/ontwerpers kunnen hebben in eenvoudige, onderling afhankelijke systemen. De student onderzoekt de eigen rol als maker in werk- en productieprocessen en de implicaties hiervan voor de mens, milieu en
maatschappij. Hiermee scherpt de student het bewustzijn aan dat het eigen werk en werkproces deel uitmaken van een groter, ook internationaal, geheel: samenleving, natuur, geschiedenis. Daarnaast verhoudt de student zich met werk en werkwijze tot de wereld, waarbij o.a. ecologische, technologische, sociale en economische vraagstukken en transities een rol spelen.
Inhoud
Je verkent het ontwerpdilemma dat je tijdens dit semester zelf gaat formuleren. Je combineert twee methodes:
Als uitkomst van dit proces presenteer je het voorstel voor je afstudeerproject aan je promotoren: je formuleert je ontwerpdilemma en plant hoe je eraan gaat werken. Je gebruikt de documentatie van je proces om uit te leggen hoe je hiertoe bent gekomen, evenals de bevindingen van je Context Essay en je bijgewerkte Poster Pitch.
Je houdt er rekening mee dat alle competenties Design in dit voorstel aan bod komen.
- Je doet ontwerpend onderzoek op basis van de eerste ideeën die je hebt voor je afstudeerproject. Je weet goede keuzes te maken in je ontwerpproces en komt tot een concept om verder uit te werken (Studio).
- Je experimenteert met media, technieken en visualisaties en materialisaties voor je afstudeerproject, waarbij je je eigen handschrift als ontwerper gebruikt; de workshops spelen hierin een belangrijke rol (Lab).
Als uitkomst van dit proces presenteer je het voorstel voor je afstudeerproject aan je promotoren: je formuleert je ontwerpdilemma en plant hoe je eraan gaat werken. Je gebruikt de documentatie van je proces om uit te leggen hoe je hiertoe bent gekomen, evenals de bevindingen van je Context Essay en je bijgewerkte Poster Pitch.
Je houdt er rekening mee dat alle competenties Design in dit voorstel aan bod komen.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Academie Minerva