Vak: Afstudeeropdracht credits: 30
- Vakcode
- BFVH25AFSTUDEREN
- Naam
- Afstudeeropdracht
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 30
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- R. Wedema
- Werkvormen
-
- Afstudeeropdracht
- Toetsen
-
- Afstudeeronderzoek - Overige toetsing
Leeruitkomsten
Tijdens de afstudeerperiode zal de student zijn of haar kennis, vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de professionele werkomgeving verder ontwikkelen.
De afstudeeropdracht heeft verschillende doelen:
DAS Competenties
De afstudeeropdracht heeft verschillende doelen:
- Het verwerven en aantonen van de competenties op het eindniveau van je opleiding;
- Door middel van onderzoek een bijdrage leveren aan een actueel thema in het werkveld;
- Ervaring opdoen in het werkveld;
- Het inzicht krijgen in je eigen professionele competentieontwikkeling, verbeterpunten en interesses.
DAS Competenties
| Competentie | Niveau (I-IV) |
| Onderzoeken | III |
| Experimenteren | III |
| Beheren | II |
| Adviseren | II |
| Instrueren | I |
| Projectmatig werken | II |
| Zelfsturing | II |
Inhoud
De afstudeeropdracht is het laatste onderdeel van de opleiding. Je voert zelfstandig een afstudeeropdracht uit bij een bedrijf, ziekenhuis, universiteit of onderzoeksinstituut. Je werkt hierbij onder de supervisie van een bedrijfsbegeleider. De afstudeeropdracht bestaat uit een onderzoeksproject, waarbinnen je de eindcompetenties die gekoppeld zijn aan de opleiding gaat aantonen. De afstudeeropdracht wordt uitgevoerd in de 2 helft van jaar 4. In overleg met de mentor en stagecoördinator is een andere periode mogelijk. Deze periode bestaat uitsluitend uit de afstudeeropdracht van 30 EC.
Voor informatie over de stage en het afstuderen is de Brightspace course ‘Stage en afstuderen’ beschikbaar. OnStage wordt gebruikt als volg- en administratiesysteem. https://OnStage.xebic.com.
De afstudeeropdracht duurt 20 weken en is als volgt opgebouwd: week 1-2, schrijven Plan van Aanpak; week 2-18, uitvoeren afstudeeropdracht; week 17-20, afronden van portfolio en verdediging afsudeeropdracht. Halverwege de periode wordt er een Midterm Review gepland met student, stagebegeleider en contactdocent.
De afstudeeropdracht wordt op de eindcompetenties en niveaus zoals beschreven voor de opleiding bio-informatica getoetst. Studenten moeten dmv het aanleveren van een portfolio met vaste en vrije onderdelen aantonen dat zij aan deze competenties voldoen. Samen met een mondelinge verdediging wordt het portfolio door twee examinatoren beoordeeld voor een eindbeoordeling.
De competenties die door de student moeten worden beheerst zijn:
De bovenstaande competenties kennen verschillende niveaus, die met de volgende trefwoorden als maat voor het gedrag beschreven kunnen worden:
Niveau 1: uitvoeren, in opdracht van
Niveau 2: oplossen, analyseren
Niveau 3: integreren, ontwikkelen, transfer van kennis en vaardigheden
(toepassing van kennis en vaardigheden in nieuwe situaties)
Niveau 4: kennis genereren
Voor elke competentie is het niveau aangegeven waar op dat moment aan voldaan moet worden.
Voor informatie over de stage en het afstuderen is de Brightspace course ‘Stage en afstuderen’ beschikbaar. OnStage wordt gebruikt als volg- en administratiesysteem. https://OnStage.xebic.com.
De afstudeeropdracht duurt 20 weken en is als volgt opgebouwd: week 1-2, schrijven Plan van Aanpak; week 2-18, uitvoeren afstudeeropdracht; week 17-20, afronden van portfolio en verdediging afsudeeropdracht. Halverwege de periode wordt er een Midterm Review gepland met student, stagebegeleider en contactdocent.
De afstudeeropdracht wordt op de eindcompetenties en niveaus zoals beschreven voor de opleiding bio-informatica getoetst. Studenten moeten dmv het aanleveren van een portfolio met vaste en vrije onderdelen aantonen dat zij aan deze competenties voldoen. Samen met een mondelinge verdediging wordt het portfolio door twee examinatoren beoordeeld voor een eindbeoordeling.
De competenties die door de student moeten worden beheerst zijn:
- Onderzoeken (O; 3); de student vertaalt een probleem naar een onderzoeksstrategie en voert het onderzoek uit.
- Experimenteren (E; 3); De student zet met begeleiding experimenten op, voert deze zelfstandig en systematisch uit verkrijgt reproduceerbare en betrouwbare resultaten.
- Beheren (B; 2); De student toetst werkzaamheden van zichzelf of anderen aan procedures omschreven in relevante beheersystemen
- Adviseren (A; 2 De student draagt bij aan het oplossen van een technisch probleem van de opdrachtgever. Levert zelfstandig een advies in een niet-complexe situatie.
- Instrueren (I; 1); De student geeft op verzoek eigen kennis en vaardigheden door aan medewerkers (door demonstreren en toelichten).
- Projectmatig werken (P; 2); De student werkt aan een project binnen een beperkt open projectkader.
- Zelfsturing (Z; 2); De student reflecteert op eigen functioneren en ontwikkeling.
De bovenstaande competenties kennen verschillende niveaus, die met de volgende trefwoorden als maat voor het gedrag beschreven kunnen worden:
Niveau 1: uitvoeren, in opdracht van
Niveau 2: oplossen, analyseren
Niveau 3: integreren, ontwikkelen, transfer van kennis en vaardigheden
(toepassing van kennis en vaardigheden in nieuwe situaties)
Niveau 4: kennis genereren
Voor elke competentie is het niveau aangegeven waar op dat moment aan voldaan moet worden.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Engineering, Life Sciences & ICT