Vak: Professionele Ontwikkeling 1 & Junior stage 1 credits: 10
- Vakcode
- FYVP26PO1JS1
- Naam
- Professionele Ontwikkeling 1 & Junior stage 1
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 10
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- M. van Ark
- Werkvormen
-
- Individueel
- Practicum / Training
- Stage, werk
- Zelfstudie
- Toetsen
-
- Portfolioassessment 1 - Portfolio assessment
- Portfolioassessment 2 - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
Leeruitkomsten Professionele Ontwikkeling 1
1BD-PH 1: De student kan onder supervisie van de SB’er een reflectieverslag schrijven.
1BD-PH 9: De student kan onder supervisie van de SB’er zijn of haar portfolio aanleggen o.b.v. door de opleiding opgestelde criteria.
1BD-PH 11: De student kan onder supervisie van de SB’er zijn of haar portfolio o.b.v. door de opleiding opgestelde criteria up to date houden.
1BD-PH-HMCZ-R1 De student kan reflecteren op het eigen gedrag door middel van 1) het eigen gedrag objectief waarnemen; 2) het eigen gedrag benoemen; 3) het eigen gedrag verhelderen; 4) het eigen gedrag verklaren en 5) de verkregen inzichten toepassen om het eigen professioneel handelen te verbeteren.
1OD-Sam 7. De student is bereid en in staat om een positieve bijdrage te leveren aan de samenwerking binnen een groep, zodat het groepsproces effectief en efficiënt verloopt.
1OD-M 18. De student toont als ondernemend persoon zelfvertrouwen door onafhankelijk van anderen initiatieven te nemen in het kader van zijn studie.
1OD-M 19 De student toont als ondernemend persoon prestatiegerichtheid door doelgericht eigen kwaliteiten te ontwikkelen in het kader van zijn persoonlijke ontwikkeling.
1OD-M 21. De student toont als ondernemend persoon doorzettingsvermogen door te volharden in het bereiken van een doel.
1OD-Sam 5. De student is bereid en in staat om in het kader van het leren van concepten en vaardigheden zowel binnen als buiten de onderwijsinstelling met medestudenten samen te werken, ongeacht de diversiteit, etnische en culturele en levensbeschouwelijke achtergronden en ideologische overtuigingen van de medestudent.
Leeruitkomsten Juniorstage 1
1CD-E/C. 47. De student kan in voor de cliënt begrijpelijke taal en conform de regels van professionele communicatie, voorafgaand aan, tijdens en bij afronding van het fysiotherapeutisch handelen, zijn (deel)handeling uitleggen.
1CD-C. 2. De student kan binnen de junior stage in samenwerking de gegevens uit een anamnese vastleggen in een papieren- en/of digitaal cliëntendossier.
1CD-C. 7. De student kan binnen de junior stage in samenwerking volgens geldende wet- en regelgeving de gegevens uit een fysiotherapeutisch consult vastleggen in een papieren- en/of digitaal cliëntendossier.
1CD-C. 10. De student kan binnen de junior stage in samenwerking de cliënt, in voor de cliënt begrijpelijke taal en conform de regels van professionele communicatie, mondeling informeren over de uitkomsten van een fysiotherapeutisch onderzoek.
1CD-FH. 15. De student kan tijdens de junior stage onder begeleiding een anamnese afnemen bij een cliënt.
1CD-FH. 309. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch onderzoeksplan opstellen ten behoeve van een cliënt met een enkelvoudig probleem.
1CD-FH. 310. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch onderzoeksplan opstellen ten behoeve van een cliënt met een samengesteld probleem.
1CD-FH. 313. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch deelonderzoek uitvoeren ten behoeve van een cliënt met een enkelvoudig probleem.
1CD-FH. 314. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch deelonderzoek uitvoeren ten behoeve van een cliënt met een samengesteld probleem.
1OD-Sam 12. De student is in staat om binnen de junior stage de cliënt te erkennen als gelijkwaardig gesprekspartner die zelf de regie heeft over het eigen leven.
1OD-O 27. De student kan in samenwerking in de junior stage activiteiten rondom cliënten plannen.
1OD-O 28. De student kan in samenwerking in de junior stage activiteiten rondom cliënten organiseren.
INT 1CD-C 3 De student kan aan medestudenten uitleggen hoe cultuurverschil op basis van etniciteit, nationaliteit, sociale en/of religieuze achtergrond, van invloed kan zijn op de communicatie tussen fysiotherapeut en cliënt.
1BD-PH 1: De student kan onder supervisie van de SB’er een reflectieverslag schrijven.
1BD-PH 9: De student kan onder supervisie van de SB’er zijn of haar portfolio aanleggen o.b.v. door de opleiding opgestelde criteria.
1BD-PH 11: De student kan onder supervisie van de SB’er zijn of haar portfolio o.b.v. door de opleiding opgestelde criteria up to date houden.
1BD-PH-HMCZ-R1 De student kan reflecteren op het eigen gedrag door middel van 1) het eigen gedrag objectief waarnemen; 2) het eigen gedrag benoemen; 3) het eigen gedrag verhelderen; 4) het eigen gedrag verklaren en 5) de verkregen inzichten toepassen om het eigen professioneel handelen te verbeteren.
1OD-Sam 7. De student is bereid en in staat om een positieve bijdrage te leveren aan de samenwerking binnen een groep, zodat het groepsproces effectief en efficiënt verloopt.
1OD-M 18. De student toont als ondernemend persoon zelfvertrouwen door onafhankelijk van anderen initiatieven te nemen in het kader van zijn studie.
1OD-M 19 De student toont als ondernemend persoon prestatiegerichtheid door doelgericht eigen kwaliteiten te ontwikkelen in het kader van zijn persoonlijke ontwikkeling.
1OD-M 21. De student toont als ondernemend persoon doorzettingsvermogen door te volharden in het bereiken van een doel.
1OD-Sam 5. De student is bereid en in staat om in het kader van het leren van concepten en vaardigheden zowel binnen als buiten de onderwijsinstelling met medestudenten samen te werken, ongeacht de diversiteit, etnische en culturele en levensbeschouwelijke achtergronden en ideologische overtuigingen van de medestudent.
Leeruitkomsten Juniorstage 1
1CD-E/C. 47. De student kan in voor de cliënt begrijpelijke taal en conform de regels van professionele communicatie, voorafgaand aan, tijdens en bij afronding van het fysiotherapeutisch handelen, zijn (deel)handeling uitleggen.
1CD-C. 2. De student kan binnen de junior stage in samenwerking de gegevens uit een anamnese vastleggen in een papieren- en/of digitaal cliëntendossier.
1CD-C. 7. De student kan binnen de junior stage in samenwerking volgens geldende wet- en regelgeving de gegevens uit een fysiotherapeutisch consult vastleggen in een papieren- en/of digitaal cliëntendossier.
1CD-C. 10. De student kan binnen de junior stage in samenwerking de cliënt, in voor de cliënt begrijpelijke taal en conform de regels van professionele communicatie, mondeling informeren over de uitkomsten van een fysiotherapeutisch onderzoek.
1CD-FH. 15. De student kan tijdens de junior stage onder begeleiding een anamnese afnemen bij een cliënt.
1CD-FH. 309. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch onderzoeksplan opstellen ten behoeve van een cliënt met een enkelvoudig probleem.
1CD-FH. 310. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch onderzoeksplan opstellen ten behoeve van een cliënt met een samengesteld probleem.
1CD-FH. 313. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch deelonderzoek uitvoeren ten behoeve van een cliënt met een enkelvoudig probleem.
1CD-FH. 314. De student kan tijdens de junior stage in samenwerking een fysiotherapeutisch deelonderzoek uitvoeren ten behoeve van een cliënt met een samengesteld probleem.
1OD-Sam 12. De student is in staat om binnen de junior stage de cliënt te erkennen als gelijkwaardig gesprekspartner die zelf de regie heeft over het eigen leven.
1OD-O 27. De student kan in samenwerking in de junior stage activiteiten rondom cliënten plannen.
1OD-O 28. De student kan in samenwerking in de junior stage activiteiten rondom cliënten organiseren.
INT 1CD-C 3 De student kan aan medestudenten uitleggen hoe cultuurverschil op basis van etniciteit, nationaliteit, sociale en/of religieuze achtergrond, van invloed kan zijn op de communicatie tussen fysiotherapeut en cliënt.
Inhoud
Dit vak bestaat uit het deel Professionele Ontwikkeling 1 en Junior stage 1
Professionele Ontwikkeling 1
Een professionele identiteit ontstaat in een wisselwerking tussen de student, de opleiding en hun directe omgeving. Het geeft de student aan het eind van de opleiding een eigen kleur als beginnend fysiotherapeut. Een professionele identiteit vormt zich werkenderwijs. Professionele en persoonlijke ontwikkeling hebben erg veel met elkaar te maken. De persoonlijke ontwikkeling stuurt, kleurt en vormt de professionele ontwikkeling en omgekeerd. Met deze onderwijslijn wordt, met name, aan de competenties van de ‘Reflectieve Professional’ van het beroepsprofiel van de Fysiotherapeut gewerkt.
De volgende thema’s worden tijdens het eerste jaar behandeld: Bekend raken met de opleiding, met de rol van reflectieve professional en met het beroep van Fysiotherapeut.
Junior Stage 1
Het werk van de fysiotherapeut omvat het onderzoeken (en behandelen), het begeleiden en coachen van cliënten met gezondheidsproblemen. Tijdens de studie aan de opleiding voor fysiotherapie leert de student concepten en vaardigheden die hij moet gebruiken in zijn latere werk als fysiotherapeut. Door de onderwijseenheid "junior stage" naar behoren uit te voeren, toont de student aan dat hij in staat is om tenminste op competentieniveau 1 met "echte cliënten" te kunnen omgaan. In deze onderwijseenheid wordt het klinisch redeneren van studenten direct gekoppeld aan het uitvoeren van, bij de gegeven patiënt, relevante fysiotherapeutische vaardigheden en wordt het omgaan met de cliënt meer dan het toepassen van technische vaardigheden. Naast de omgang met patiënten maakt de student tijdens deze stage kennis met het functioneren binnen een zorginstelling en zal hierdoor een beeld vormen over organisatie van de gezondheidszorg.
Toetsing vindt plaats aan eind van het jaar. De student toont in zijn portfolio aan voldaan te hebben aan de vereiste stage-uren. Het portfolio wordt ingeleverd bij de Studiebegeleider en is onderdeel van de toetsing van Professionele Ontwikkeling. Hierin zullen (reflectie) opdrachten uit de stage worden opgenomen.Professionele ontwikkeling is een onderdeel van de studie Fysiotherapie waarin de student leert een relatie te leggen tussen studie en het beroep Fysiotherapeut. Dit vraagt om een leerproces bij de student waarin hij leert te organiseren en te plannen, samen te werken, verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gemaakte keuzes en de daaruit voortvloeiende acties vorm te kunnen geven. Zo leert hij richting te geven aan zijn studie binnen de fysiotherapie. Bij de opleiding geldt het principe: de student is de eerstverantwoordelijke voor zijn/haar eigen studie en loopbaan.
De portfolio's 1 en 2 bevatten kritische reflecties op zowel Professionele Ontwikkeling 1 als Junior Stage 1.
Professionele Ontwikkeling 1
Een professionele identiteit ontstaat in een wisselwerking tussen de student, de opleiding en hun directe omgeving. Het geeft de student aan het eind van de opleiding een eigen kleur als beginnend fysiotherapeut. Een professionele identiteit vormt zich werkenderwijs. Professionele en persoonlijke ontwikkeling hebben erg veel met elkaar te maken. De persoonlijke ontwikkeling stuurt, kleurt en vormt de professionele ontwikkeling en omgekeerd. Met deze onderwijslijn wordt, met name, aan de competenties van de ‘Reflectieve Professional’ van het beroepsprofiel van de Fysiotherapeut gewerkt.
De volgende thema’s worden tijdens het eerste jaar behandeld: Bekend raken met de opleiding, met de rol van reflectieve professional en met het beroep van Fysiotherapeut.
Junior Stage 1
Het werk van de fysiotherapeut omvat het onderzoeken (en behandelen), het begeleiden en coachen van cliënten met gezondheidsproblemen. Tijdens de studie aan de opleiding voor fysiotherapie leert de student concepten en vaardigheden die hij moet gebruiken in zijn latere werk als fysiotherapeut. Door de onderwijseenheid "junior stage" naar behoren uit te voeren, toont de student aan dat hij in staat is om tenminste op competentieniveau 1 met "echte cliënten" te kunnen omgaan. In deze onderwijseenheid wordt het klinisch redeneren van studenten direct gekoppeld aan het uitvoeren van, bij de gegeven patiënt, relevante fysiotherapeutische vaardigheden en wordt het omgaan met de cliënt meer dan het toepassen van technische vaardigheden. Naast de omgang met patiënten maakt de student tijdens deze stage kennis met het functioneren binnen een zorginstelling en zal hierdoor een beeld vormen over organisatie van de gezondheidszorg.
Toetsing vindt plaats aan eind van het jaar. De student toont in zijn portfolio aan voldaan te hebben aan de vereiste stage-uren. Het portfolio wordt ingeleverd bij de Studiebegeleider en is onderdeel van de toetsing van Professionele Ontwikkeling. Hierin zullen (reflectie) opdrachten uit de stage worden opgenomen.Professionele ontwikkeling is een onderdeel van de studie Fysiotherapie waarin de student leert een relatie te leggen tussen studie en het beroep Fysiotherapeut. Dit vraagt om een leerproces bij de student waarin hij leert te organiseren en te plannen, samen te werken, verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gemaakte keuzes en de daaruit voortvloeiende acties vorm te kunnen geven. Zo leert hij richting te geven aan zijn studie binnen de fysiotherapie. Bij de opleiding geldt het principe: de student is de eerstverantwoordelijke voor zijn/haar eigen studie en loopbaan.
De portfolio's 1 en 2 bevatten kritische reflecties op zowel Professionele Ontwikkeling 1 als Junior Stage 1.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Gezondheid, Zorg & Vitaliteit