Studenten in de opleiding Autonome Beeldende Kunst verwerven de volgende competenties:
ARTISTIEK CREËREN
De student kan een beeldend werkproces in gang zetten en werk maken waarin makend onderzoek een plek heeft. Met het werk en met een werkwijze creëert de student betekenis.
ONDERZOEKEN EN REFLECTEREN
De student kan kritisch en vanuit meerdere perspectieven eigen werk en werkwijze en dat van anderen beschouwen. Daarmee kan de student het eigen ontwerper- of kunstenaarschap verdiepen, meer gelaagd maken en positioneren.
VERBINDEN MET DE OMGEVING
De student positioneert zich als kunstenaar/ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de (internationale) contexten waarin deze werkt.
WERKEN IN EEN PRAKTIJK
De student kan condities voor een eigen werkpraktijk tot stand brengen, passend bij de eigen positionering. De student kan daartoe organiseren en communiceren met anderen.